Waterberging bij gebiedsontwikkeling vraagt ruimte in je plan
Een ontwikkelaar heeft plannen voor woningen, een bedrijfspand of een nieuwe inrichting van een terrein. De ruimte voor bebouwing, wegen, parkeren en groen wordt verdeeld, maar hoeveel ruimte is er nodig om hemelwater op te vangen? Dat blijkt soms meer dan vooraf gedacht. Een wadi, infiltratievoorziening of waterbuffer moet ergens worden ingepast, terwijl de bodem en het grondwater grote invloed hebben welke oplossingen haalbaar zijn. Die inzichten kunnen gevolgen hebben voor de beschikbare ruimte en daarmee voor het ontwikkelplan.
Het Deltaprogramma 2027 benadrukt dat Nederland zich anders moet inrichten om beter met perioden van droogte en extreme neerslag om te gaan. Voor ontwikkelaars en gemeenten betekent dit dat water en bodem al bij de eerste keuzes voor de inrichting van een locatie moeten meewegen.
Waterberging vraagt soms meer ruimte dan vooraf voorzien
Bij gebiedsontwikkeling wordt de benodigde ruimte voor watermaatregelen nog weleens onderschat. Gemeenten en waterschappen stellen eisen aan de verwerking en berging van hemelwater. Hoeveel water moet worden opgevangen, hangt onder meer af van de omvang van de ontwikkeling, de toename van verhard oppervlak en het geldende beleid.
Die opgave moet binnen de beschikbare ruimte worden opgelost. Dat kan gevolgen hebben voor de verhouding tussen bebouwing, verharding en groen. Bovendien is niet iedere plek geschikt voor dezelfde voorziening. Een locatie waar regenwater gemakkelijk in de bodem zakt, biedt andere kansen dan een terrein met hoge grondwaterstanden of een slecht doorlatende ondergrond.
Wanneer pas tijdens de uitwerking blijkt hoeveel ruimte nodig is, kunnen er consequenties zijn voor de inrichting. Daarom is het verstandig om al bij de eerste ruimtelijke keuzes te onderzoeken welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden gelden.
Waterhuishoudkundig onderzoek maakt ontwerpkeuzes inzichtelijk
Om te beoordelen wat op een locatie mogelijk is, brengen we de waterhuishoudkundige situatie en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling in beeld. Daarbij kijken we naar de bodemopbouw, de doorlatendheid van de ondergrond en de grondwaterstanden, inclusief de verwachte schommelingen.
Ook kwel- en infiltratieprocessen, bestaande watergangen en de benodigde ontwateringsdiepte voor de toekomstige functie spelen een rol. Hiermee ontstaat een integraal inzicht over het functioneren van het watersysteem en de beperkingen en kansen die daaruit volgen.
Wanneer is aanvullend bodem- en infiltratieonderzoek nodig?
Niet alle gegevens zijn bij aanvang beschikbaar. Wanneer bijvoorbeeld onvoldoende bekend is over de doorlatendheid of grondwaterstanden, kan aanvullend onderzoek door onze veldwerkers nodig zijn. Die onderzoeksresultaten kunnen direct invloed hebben op de inrichting.
Blijkt uit een doorlatendheidsonderzoek dat infiltratie op bepaalde delen van het terrein beperkt mogelijk is, dan vraagt dat om een andere afweging van de beschikbare voorzieningen. Door deze informatie te gebruiken voordat de indeling vastligt, kunnen verschillende oplossingen worden onderzocht en afgewogen.
Hemelwater vasthouden, bergen en afvoeren
Bij de omgang met hemelwater geldt het uitgangspunt vasthouden, bergen en afvoeren. Regenwater zo snel mogelijk van het terrein afvoeren is daardoor niet vanzelfsprekend een beschikbare oplossing.
Dat betekent dat binnen de ontwikkeling moet worden onderzocht hoeveel water lokaal kan worden vastgehouden en geborgen en onder welke voorwaarden afvoer mogelijk is. De eigenschappen van de bodem spelen hierin een bepalende rol.
Soms kan een groenvoorziening worden gecombineerd met tijdelijke waterberging. Zo kan dezelfde ruimte twee functies vervullen: een groene inrichting en het opvangen van hemelwater. Op een andere locatie is misschien een afzonderlijke voorziening nodig of moet de inrichting anders worden vormgegeven. Welke oplossing geschikt is, hangt af van de plaatselijke omstandigheden en de eisen die voor de ontwikkeling gelden.
Een waterhuishoudkundig onderzoek levert daarmee meer op dan een berekening van de benodigde bergingscapaciteit. Het geeft informatie waarmee je kunt bepalen welke maatregelen passen bij de locatie en hoe je deze in het ontwerp kunt opnemen.
Watermaatregelen afstemmen met gemeente en waterschap
Een technisch haalbare oplossing is nog niet automatisch een oplossing waar alle betrokken partijen mee kunnen instemmen. De ontwikkelaar, gemeente en het waterschap hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheden en uitgangspunten.
Denk aan de benodigde bergingscapaciteit, de aansluiting op bestaande watergangen en de voorwaarden voor hemelwaterafvoer. Deze onderwerpen kunnen aanleiding geven tot overleg en aanpassingen. Het vinden van een oplossing die aan de verschillende eisen voldoet, vraagt soms meer tijd dan bij de start van een ontwikkeling wordt voorzien.
Daarom is het zinvol om de waterhuishoudkundige randvoorwaarden al in de verkennende planfase te bespreken met onze experts. Onderzoeksresultaten bieden daarbij een inhoudelijke basis voor het overleg en maken duidelijk welke ontwerpkeuzes nog openstaan.
Neem waterberging mee voordat de inrichting vastligt
Bij de eerste plannen voor een locatie ligt de aandacht vaak op wat er gebouwd en ingericht kan worden. Maar de hoeveelheid ruimte die daarvoor beschikbaar blijft, hangt mede af van wat nodig is om hemelwater te verwerken en het watersysteem goed te laten functioneren.
Wie dat pas onderzoekt nadat de inrichting is uitgewerkt, loopt het risico opnieuw ruimte te moeten verdelen. Door de mogelijkheden en beperkingen van water en bodem eerder in beeld te brengen, kun je de inrichting daarop afstemmen en gericht zoeken naar oplossingen die passen bij zowel de locatie als de ontwikkeling.



Geofoxx