Geofoxx
  • Over ons
    • Wie is Geofoxx
    • Historie
    • Structuur en cultuur
    • Kwaliteitsborging
    • Duurzaamheid
  • Expertise
    • Expertisegebieden
    • Kennis
  • Nieuws
    • Actueel
    • Magazine
  • Werken bij Geofoxx
  • Contact
    • Adres en contact
    • Schrijf je in voor de nieuwsbrief
  • Zoek
  • Menu Menu
Industriegebied saneren voor woonwijk_GeofoxxGeofoxx

Bodemsanering voor woningbouw op voormalig industrieterrein

1 oktober 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Een voormalig industrieterrein herontwikkelen tot woningen vraagt om meer dan het verwijderen van een paar verontreinigde plekken. Op deze locatie bestaat de ondergrond uit een sterk wisselend ophoogpakket met puin en verschillende verontreinigingen in grond en grondwater.

Lees meer
Bodemonderzoek voor rioolvervanging en herinrichting_GeofoxxGeofoxx

Verkennend bodemonderzoek voor rioolvervanging en herinrichting openbare ruimte

18 september 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Voordat een riool wordt vervangen en de openbare ruimte opnieuw wordt ingericht, wil je weten of de bodem geschikt is voor de geplande werkzaamheden. Daarbij kijk je niet alleen naar de bodemkwaliteit van vandaag.

Lees meer
Kun je bodemadviseur worden zonder bodemopleiding?_GeofoxxGeofoxx

Bodemadviseur worden zonder bodemopleiding

16 september 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Kun je als bodemadviseur aan de slag zonder een opleiding in bodem of milieu? Voor Puck Veenendaal was dat ruim een jaar geleden geen theoretische vraag. Met een opleiding Facility Management en interesse in projectmanagement begon ze bij Geofoxx aan een vakgebied waarvan ze inhoudelijk nog weinig wist.

Lees meer
voormalige kaslocatie geschikt voor overdracht_GeofoxxGeofoxx

Verkennend bodemonderzoek bij voormalige kassen

10 september 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Een braakliggend terrein lijkt misschien eenvoudig te beoordelen. Toch zegt de huidige situatie lang niet alles over de bodem. Als op een locatie vroeger kassen hebben gestaan, kunnen oude bestrijdingsmiddelen nog in de bodem aanwezig zijn. In de periode waarin deze kassen aanwezig waren, werd mogelijk ook asbesthoudende kit gebruikt. Omdat niet bekend was of destijds een asbestinventarisatie was uitgevoerd, was ook asbest een aandachtspunt voor het bodemonderzoek.

Voordat je een locatie koopt of ontwikkelt, wil je daarom weten welke risico’s werkelijk aanwezig zijn en of aanvullend onderzoek nodig is.

 

De opgave

Voor een braakliggend terrein van ruim 5.800 m² moest duidelijk worden of de bodemkwaliteit gevolgen kon hebben voor een voorgenomen grondtransactie.

Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek was bekend dat op en rondom de locatie lichte verontreinigingen waren aangetroffen. Historische kaarten lieten bovendien zien dat hier tientallen jaren kassen hadden gestaan. Daardoor ontstonden meerdere onderzoeksvragen tegelijk.

  • Wat is de bodemkwaliteit op het gehele terrein?
  • Zijn er nog resten van bestrijdingsmiddelen in de bodem aanwezig?
  • Is asbest aanwezig in de bodem?
  • Vraagt de droogstaande greppel om extra aandacht tijdens het onderzoek?

Die informatie was nodig om te bepalen of de locatie zonder aanvullende onderzoeken of maatregelen kon worden overgedragen.

 

Projectinformatie

Opdrachtgever: Gemeente

Aanleiding: Voorgenomen grondtransactie

Onderzoek:

  • Historisch vooronderzoek
  • Verkennend bodemonderzoek, inclusief indicatieve PFAS-analyse
  • Verkennend asbestonderzoek

 

Eerst bepalen wat onderzocht moet worden

Een verkennend bodemonderzoek begint niet in het veld, maar achter een bureau. Historische kaarten, eerdere onderzoeksrapporten en gemeentelijke gegevens geven inzicht in het voormalige gebruik van een locatie en de mogelijke risico’s die daarbij horen.

Op basis van die informatie is de onderzoeksstrategie afgestemd op deze locatie. Daarom is de bodem aanvullend onderzocht op historische bestrijdingsmiddelen, asbest en indicatief PFAS. Ook is beoordeeld of de droogstaande greppel aanleiding gaf voor een afwijkende onderzoeksaanpak. Dat bleek niet het geval.

 

Onderzoek afgestemd op de locatie

Na het vooronderzoek volgde het veldwerk. Er zijn boringen uitgevoerd, grond- en grondwatermonsters genomen en de bovengrond is aanvullend geanalyseerd op stoffen die passen bij het historische gebruik van de locatie.

Het onderzoek richtte zich daarmee niet alleen op de algemene bodemkwaliteit, maar ook op de specifieke risico’s die uit het vooronderzoek naar voren kwamen.

 

Wat liet het onderzoek zien?

De resultaten bevestigden grotendeels het beeld uit het vooronderzoek. In de bovengrond werden verhoogde gehalten van enkele historische bestrijdingsmiddelen aangetroffen die passen bij het voormalige kassengebruik. In de ondergrond en het grondwater werden geen overschrijdingen gevonden die aanleiding gaven voor vervolgonderzoek.

Ook het asbestonderzoek gaf geen aanleiding voor nader onderzoek. Zowel tijdens de maaiveldinspectie als in de geanalyseerde grondmonsters werd geen asbest aangetoond. De indicatieve PFAS-analyse liet eveneens geen bijzonderheden zien.

 

Wat betekende dit voor het project?

Door de locatiehistorie te combineren met gericht bodem- en asbestonderzoek ontstond een betrouwbaar beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van het terrein.

Daarmee kon worden vastgesteld dat aanvullend bodem- of asbestonderzoek niet nodig was en dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormde voor de voorgenomen eigendomsoverdracht.

 

Waarom bodemonderzoek bij voormalige kassen maatwerk vraagt

Een verkennend bodemonderzoek bestaat niet uit een standaardpakket aan boringen en analyses. De geschiedenis van een locatie bepaalt welke vragen onderzocht moeten worden.

Door eerst de risico’s in beeld te brengen, sluit het onderzoek aan op de situatie ter plaatse. Dat levert niet alleen een betrouwbaarder beeld van de bodem op, maar voorkomt ook dat je onnodig onderzoek uitvoert of juist belangrijke aandachtspunten mist.

Bodemonderzoek maakt risico’s bij grondtransactie inzichtelijkGeofoxx

Bodemonderzoek maakt risico’s bij grondtransactie inzichtelijk

8 september 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Bij de aan- of verkoop van grond wil je vooraf weten welke bodemrisico’s je meeweegt in de transactie. Op een agrarische locatie van circa 20,8 hectare was daar nog onvoldoende informatie over. Eerder bodemonderzoek was niet beschikbaar. Tegelijk gaf de geschiedenis van het perceel aanleiding om op enkele plekken gerichter te kijken.

Daarom is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek bracht een sterke zinkverontreiniging en asbest boven de interventiewaarde aan het licht. Een andere verdenking, bij voormalige brandstoftanks, kon worden weggenomen.

 

De opgave

De transactie had betrekking op het volledige agrarische perceel. Het grootste deel bestaat uit landbouwgrond. Op het bouwblok van circa 7.700 m² staan een woonhuis en verschillende agrarische opstallen.Om de bodemrisico’s voor de transactie in beeld te brengen, moest eerst duidelijk worden welke delen van het perceel extra aandacht vroegen.

Het vooronderzoek gaf daar richting aan. Op het erf hadden twee bovengrondse brandstoftanks gestaan. Een verhard terreindeel van circa 850 m² was mogelijk gefundeerd met zinkassen of zinkashoudende grond. Ook waren er opstallen met asbestverdachte dakbedekking. Onder enkele dakranden ontbraken dakgoten en verharding, waardoor asbestvezels in de bodem terecht konden zijn gekomen. Historische kaarten lieten daarnaast zien dat op de landbouwgronden sloten waren gegraven en later gedempt.

 

Projectinformatie

Opdrachtgever: een omgevingsdienst
Locatie: agrarische locatie van circa 20,8 hectare
Onderzoek: verkennend bodem- en asbestonderzoek
Onderzocht met veldwerk: erf en bouwblok van circa 7.700 m²

 

Wat zagen we?

De verschillende verdenkingen leverden niet hetzelfde beeld op.

Bij de voormalige brandstoftanks werd geen verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Ook in het grondwater zijn geen van de onderzochte parameters boven de signaleringswaarde gemeten.

Onder de verharding was wel sprake van een duidelijke verontreiniging. XRF-metingen in het veld lieten verhoogde zinkgehalten zien. Laboratoriumanalyses bevestigden dat de grond sterk verontreinigd is met zink. De verhoogde gehalten hangen vrijwel zeker samen met bodemvreemde materialen of fundatiemateriaal met zinkassen. In grond zonder deze materialen werden geen verontreinigingen van betekenis aangetroffen.

Ook de asbestverdenking bleek op één plek terecht. Bij één van de vier onderzochte druppelzones werd asbest boven de interventiewaarde aangetroffen.

 

Wat hebben we gedaan?

Op basis van het vooronderzoek is het erf verdeeld in verschillende deellocaties, ieder met een eigen onderzoeksstrategie.

Tijdens het veldwerk zijn boringen en peilbuizen geplaatst, grond- en grondwatermonsters genomen en asbestgaten gegraven. De grond en het grondwater zijn vervolgens in het laboratorium geanalyseerd. Bij de verharding is aanvullend een XRF-meter gebruikt om de aanwezigheid van zink tijdens het veldwerk indicatief in beeld te brengen.

De verhoogde zinkgehalten waren aanleiding om aanvullende boringen uit te voeren en extra grondmonsters te analyseren.

 

Welke keuzes zijn gemaakt?

Voor de zinkverontreiniging is een risicobeoordeling uitgevoerd. Daaruit volgt dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, zonder noodzaak tot spoedige sanering. Na overleg met de opdrachtgever is besloten de zinkverontreiniging binnen deze opdracht niet verder af te perken.

Voor zowel zink als asbest is nader onderzoek nodig om de omvang van de sterke verontreinigingen vast te stellen. Voor de landbouwgronden blijft daarnaast de vraag open waarmee de voormalige sloten zijn gedempt. Hiervoor is maatwerk verkennend bodemonderzoek geadviseerd.

 

Wat leverde het onderzoek op?

Het onderzoek maakte daarmee onderscheid tussen verdenkingen die konden worden weggenomen, verontreinigingen die verder moeten worden onderzocht en delen van het perceel waarvoor nog aanvullende bodeminformatie nodig is.

Bodemgezondheid meten. Hoe doe je dat in de praktijk_Geofoxx

Bodemgezondheid meten aan de hand van het bodemleven

3 september 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

De bodem bestaat uit meer dan chemie. Bij bodemonderzoek ligt de aandacht vaak op de chemische en fysische eigenschappen van de bodem. Maar de Europese Soil Monitoring Law brengt daar verandering in. Ook het bodemleven wordt onderdeel van de beoordeling van bodemgezondheid.

Dat roept direct een praktische vraag op.

Hoe meet je de biologische kwaliteit van een bodem op een betrouwbare en reproduceerbare manier als daarvoor nog geen standaard onderzoekspakket bestaat?

Tijdens een afstudeeronderzoek bij Geofoxx onderzocht milieukundestudent Job ter Haar welke onderzoeksmethoden hiervoor het meest geschikt zijn en hoe deze kunnen worden toegepast binnen toekomstige bodemmonitoring.

Waarom bodembiologie steeds relevanter wordt

De Soil Monitoring Law heeft als doel om de bodemgezondheid binnen Europa systematisch te monitoren en op lange termijn te verbeteren. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar chemische en fysische bodemkenmerken, maar ook naar de biologische toestand van de bodem.

Dat is logisch. Een gezonde bodem bestaat uit een compleet ecosysteem van bacteriën, schimmels, nematoden, regenwormen en andere bodemorganismen. Samen zorgen zij onder meer voor de afbraak van organisch materiaal, de kringloop van voedingsstoffen, waterinfiltratie en een goede bodemstructuur.

De uitdaging is dat er nog geen algemeen geaccepteerde manier bestaat om die biologische bodemkwaliteit integraal te beoordelen.

Eén meetmethode geeft geen compleet beeld

Binnen de nieuwe Europese richtlijn worden verschillende biologische indicatoren genoemd, zoals microben, nematoden, regenwormen en geleedpotigen. Elke groep vertelt iets anders over het functioneren van de bodem.

Het onderzoek richtte zich daarom niet op één techniek, maar op de vraag:

Welke combinatie van onderzoeksmethoden levert het meest bruikbare beeld op van de biologische bodemgezondheid?

Om die vraag te beantwoorden zijn wetenschappelijke literatuur, interviews met deskundigen en een Multi-Criteria Analyse gecombineerd. Daarbij zijn onderzoeksmethoden beoordeeld op onder meer:

  • betrouwbaarheid;
  • informatiewaarde;
  • uitvoerbaarheid;
  • kosten;
  • doorlooptijd;
  • complexiteit;
  • toekomstbestendigheid.

 

De beste keuze hangt af van het doel van het onderzoek

Uit de analyse blijkt dat geen enkele methode alle informatie kan leveren die nodig is om de biologische bodemgezondheid volledig te beoordelen. Iedere techniek heeft sterke en zwakke punten.

De AI-gestuurde analyse van nematoden scoort hoog vanwege de informatiewaarde en toekomstgerichtheid. DNA-metabarcoding levert veel detail over de microbiële biodiversiteit en sluit goed aan op de Europese ontwikkelingen, maar vraagt ook meer tijd, specialistische kennis en hogere kosten.

Daarom concludeert het onderzoek dat een combinatie van onderzoeksmethoden meer oplevert dan het toepassen van één afzonderlijke techniek.

Een eerste stap naar een praktisch onderzoekspakket

Op basis van het onderzoek is een advies opgesteld voor een toekomstig monitoringspakket waarin DNA-metabarcoding van microben wordt gecombineerd met een AI-gestuurde analyse van nematoden. Die combinatie geeft zowel inzicht in de samenstelling van het bodemleven als in het functioneren van het bodemvoedselweb.

Het onderzoek laat tegelijkertijd zien dat verdere ontwikkeling nodig blijft. Onder meer seizoensinvloeden, bemonstering, standaardisatie en de combinatie met fysische en chemische bodemgegevens vragen om aanvullend onderzoek voordat een breed toepasbaar monitoringspakket beschikbaar is.

Welke methoden kun je gebruiken om bodemgezondheid te meten?

De Soil Monitoring Law is nog volop in ontwikkeling, maar de richting is duidelijk: bodembiologie krijgt een grotere rol bij het beoordelen van bodemgezondheid. Daarmee ontstaat ook behoefte aan betrouwbare, reproduceerbare en praktisch uitvoerbare onderzoeksmethoden.

Dit afstudeeronderzoek levert daarvoor een eerste onderbouwde vergelijking van beschikbare technieken en laat zien welke combinaties het meeste perspectief bieden voor toekomstige bodemmonitoring.

zware metalen-XRF_GeofoxxGeofoxx

XRF metingen: snel inzicht in zware metalen in de bodem

17 augustus 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Je wilt tijdens bodemonderzoek zo snel mogelijk weten waar een verontreiniging aanwezig is en hoe deze zich verspreidt. Dat helpt om betere keuzes te maken tijdens het veldwerk en voorkomt onnodige analyses.

Met een draagbare XRF-meter (X-ray Fluorescence) bepalen we op locatie binnen een minuut de concentraties van verschillende zware metalen in de bodem. Denk aan lood, zink, koper, chroom en andere zware metalen. Daardoor beschikken onze veldonderzoekers direct over extra informatie tijdens het onderzoek.

 

Hoe werkt een XRF?

Een XRF maakt gebruik van röntgenfluorescentie. Het apparaat zendt een kleine hoeveelheid röntgenstraling uit, waarna de aanwezige elementen een karakteristiek signaal teruggeven. Op basis daarvan berekent de XRF welke metalen aanwezig zijn en in welke concentratie.

De metingen worden direct in het veld uitgevoerd. Daardoor ontstaat al tijdens het onderzoek een goed beeld van de verdeling van zware metaalverontreinigingen.

Een XRF is een screeningsinstrument. De metingen geven snel richting aan het onderzoek, maar vervangen laboratoriumanalyses niet wanneer officiële toetsing of een definitieve beoordeling nodig is.

 

Wanneer zetten we een XRF in?

Een XRF is vooral waardevol wanneer snel veel meetpunten nodig zijn of wanneer tijdens de uitvoering direct beslissingen moeten worden genomen. Bijvoorbeeld bij:

  • verkennend en nader bodemonderzoek;
  • het afbakenen van verontreinigingen met zware metalen;
  • bodemsaneringen;
  • milieukundige begeleiding tijdens graafwerkzaamheden;
  • onderzoek naar metaalgehalten in grond, bagger of andere materialen.

Door al tijdens het veldwerk inzicht te hebben, kan het onderzoek vaak efficiënter worden uitgevoerd en zijn minder aanvullende analyses nodig.

 

Veilig gebruik

Omdat een XRF werkt met een radioactieve bron, gelden strenge wettelijke eisen voor het gebruik ervan. Geofoxx beschikt over de benodigde vergunning van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en werkt volgens de geldende veiligheidsvoorschriften. Onze medewerkers zijn hiervoor opgeleid en een stralingsbeschermingsdeskundige ziet toe op veilig gebruik.

 

Praktijkvoorbeelden

De XRF wordt al jarenlang ingezet bij uiteenlopende bodemonderzoeken en saneringsprojecten.

Zo hebben we met het apparaat bodemloodgehalten in speeltuinen in kaart gebracht en gebruiken we de XRF regelmatig om tijdens saneringen de omvang van een metaalverontreiniging direct te bepalen. Dat maakt het mogelijk om tijdens de uitvoering sneller beslissingen te nemen over de saneringscontouren en de benodigde ontgraving.

 

Daarnaast zetten we de XRF ook in voor minder voor de hand liggende toepassingen. Binnen onderzoeksprojecten meten we bijvoorbeeld metaalgehalten in planten die metalen uit de bodem opnemen. Zo kunnen we volgen hoeveel metalen daadwerkelijk uit de bodem worden verwijderd.

Sanering Japanse duizendknoopGeofoxx

Sanering van Japanse duizendknoop met de Roots Reset® methode

13 augustus 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Wie te maken krijgt met Japanse duizendknoop langs een watergang merkt al snel dat het probleem verder gaat dan de plant zelf. In dit project liep de duizendknoop over het hele talud, door tot in aangrenzende percelen en tussen volwassen bomen. Dat maakte duidelijk dat een oppervlakkige aanpak geen optie was. Wat volgt, is een saneringstraject waarin techniek, volgorde en controle doorslaggevend zijn voor het eindresultaat.

Tijdens het ontgraven is niet gewerkt met vaste ontgravingsvlakken, maar met een variabele dieptebepaling. De ontgravingsdiepte werd continu afgestemd op de aanwezigheid van wortelstokken, waarbij visuele begeleiding leidend was. Zodra wortelresten zichtbaar bleven, is verder ontgraven. Dit betekende dat de uiteindelijke diepte lokaal varieert.

De keuze voor continue graafbegeleiding was hier essentieel. Niet om achteraf te controleren, maar om tijdens het werk beslissingen te nemen over doorzetten of bijstellen van de ontgraving. Daarmee werd voorkomen dat ‘net voldoende’ ontgraven zou leiden tot restmateriaal in de bodem of een veel te grote ontgraving met onnodige meerkosten.

 

Eerst vastleggen wat wél en wat niet kon

De met Japanse duizendknoop besmette grond is ontgraven en wordt op locatie in een gecontroleerd depot met de Roots Reset®-methode van Soilwise behandeld. Dit is een beschermde methode waarbij door middel van bestaande bodembiologie de wortels van de Japanse duizendknoop volledig worden afgebroken.

Voordat er ook maar één kraan het terrein op ging, is vastgelegd wat technisch noodzakelijk was om de duizendknoop daadwerkelijk te verwijderen. Dat begon bij de afbakening van het saneringsgebied: niet alleen de zichtbare planten, maar ook de zones waar wortelstokken zich konden bevinden, zijn meegenomen.

In het werkplan is vastgelegd waar de duizendknoop ontgraven moest worden waarbij de graafbegeleider bepaalt tot welke diepte wordt ontgraven. Ook is vastgelegd waar het depot zou komen te liggen, hoe groot het moest zijn en welke ondergrond daarvoor nodig was.

Belangrijk was dat deze keuzes vooraf zijn gemaakt. De aannemer kreeg geen ruimte om tijdens het werk te improviseren op de saneringsmethode. Dat voorkwam dat snelheid of praktische handigheid de boventoon zou voeren boven effectiviteit.

 

Ontgraven: zorgvuldig en onder begeleiding

De uitvoering startte met het ontgraven van alle grond waarin Japanse duizendknoop aanwezig was of verwacht werd. Dit gebeurde onder graafbegeleiding. Niet steekproefsgewijs, maar continu. De reden daarvoor was simpel: één gemiste wortelstok kan voldoende zijn voor hergroei.

De ontgraving vond gefaseerd plaats. Eerst is het talud laag voor laag afgegraven, waarbij voortdurend werd gecontroleerd of de ontgravingsdiepte voldeed. Grond werd afgevoerd naar de depotlocatie op hetzelfde terrein. Daarmee werd voorkomen dat besmette grond zich kon verspreiden over een groter gebied.

 

Opbouw van het depot: techniek vóór tempo

De depotlocatie werd vooraf ingericht. De ondergrond is ingestrooid en ingewerkt met het volledig plantaardige CleaRoot®-granulaat. Deze voedt specifieke microben die al in de bodem aanwezig zijn. Hierdoor groeien deze microben snel en verbruiken alle beschikbare zuurstof in de grond. Binnen twee dagen is het zuurstofniveau gedaald tot minder dan één procent. Door afwezigheid van zuurstof komen specifieke bacteriën tot wasdom die zich uiteindelijk gaan voeden met de koolhydraten uit de wortels van de Japanse duizendknoop. Dit proces is schadelijk voor de wortels van de invasieven en zorgt dat de wortels afsterven.

De verontreinigde grond is laagsgewijs op het depot aangebracht. Tussen die lagen is het CleaRoot®-granulaat ingestrooid en ingewerkt.  Door de bodem te verrijken met dit granulaat en daarna zuurstofdicht af te dekken, breken de wortels van de schadelijke invasieven af. De dikte van de lagen, de verdeling van het granulaat en het vochtgehalte zijn daarbij gecontroleerd. Dit is geen standaard grondopslag; het depot functioneerde als een gecontroleerde behandelingsomgeving.

De laagopbouw was hierbij geen logistieke keuze, maar een technisch vereiste. Door de grond in beheersbare lagen aan te brengen, kon het CleaRoot®-granulaat gelijkmatig worden doorgemengd. Tegelijkertijd bleef het vochtgehalte beheersbaar, wat essentieel is voor het functioneren van deze gespecialiseerde methode.

De afdekking van het depot bestond uit twee lagen geotextiel met daartussen een laag speciale ultra-zuurstofdichte folie, elk met een eigen functie. De eerste laag beschermde tegen beschadiging door scherpe wortelresten. Daarboven volgde een zuurstofdichte afsluiting die zuurstoftoevoer moest voorkomen. De bovenste laag diende als fysieke bescherming tegen weersinvloeden en betreding.

Daarbovenop werd een laag zand aangebracht als bescherming tegen beschadigingen van buitenaf die lekkage zouden kunnen veroorzaken.

 

Behandelperiode en monitoring

Na afsluiting begon het biologische behandelproces van ongeveer 12 maanden. In deze periode gebeurde aan de buitenkant weinig, maar technisch was dit een belangrijke fase. De effectiviteit van de sanering hangt af van de juiste omstandigheden in het depot. Daarom wordt gemonitord of het depot intact blijft, of de afdekking niet beschadigde en of er geen ongewenste verstoring optrad.

Tijdens de behandelfase ligt de nadruk op procesbewaking. Het depot wordt periodiek gecontroleerd en hierbij wordt door middel van metingen bepaald in welke fase het biologische proces zich bevindt. Er hoeft alleen gestuurd te worden op het zorgvuldig afronden van het proces.

 

Nazorg en vervolg van het projectgebied

Pas als duidelijk is dat de behandeling succesvol is verlopen, komt de volgende stap in beeld: hergebruik van grond en verdere inrichting van het beekprofiel.

Doordat de grond op locatie is gebleven, bleef het project flexibel in de vervolgfase. Er is geen afhankelijkheid van externe verwerkers of teruglevermomenten. Pas nadat duidelijk is dat de behandeling effectief verloopt, wordt gekeken naar hergebruik binnen het projectgebied. Door zorgvuldig handelen vertrouwt iedereen erop dat we dit najaar alle grond duizendknoop vrij hebben, en weer terug kunnen brengen in de oude situatie.

 

Dit project laat zien dat effectieve sanering van Japanse duizendknoop met de Roots Reset methode een kwestie is van zorgvuldige planning en uitvoering. Het resultaat wordt bepaald door:

  • Vooraf vastleggen wat nodig is
  • Ontgraven zonder concessies
  • Behandelen onder gecontroleerde omstandigheden
  • Monitoren tot het proces echt is afgerond

Zekerheid ontstaat alleen wanneer sanering als technisch proces wordt georganiseerd, niet als bijzaak van inrichting of beheer. Wie dat accepteert, krijgt grip.

Waarom bodemkwaliteit steeds belangrijker wordt voor NederlandGeofoxx

Waarom bodemkwaliteit steeds belangrijker wordt voor Nederland

21 juli 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

De bodem speelt een steeds grotere rol bij maatschappelijke opgaven. Woningbouw, klimaatadaptatie, natuurherstel, landbouw, infrastructuur en de energietransitie vragen allemaal om een bodem die geschikt is voor haar functie. De nieuwe Europese Soil Monitoring Law moet ervoor zorgen dat overheden beter inzicht krijgen in de kwaliteit van die bodem en daarop beter kunnen sturen.

Met de Soil Monitoring Law heeft de Europese Unie voor het eerst een gezamenlijke richtlijn vastgesteld die zich volledig richt op de gezondheid van de bodem. Het doel is dat alle Europese bodems in 2050 gezond genoeg zijn om hun functie duurzaam te vervullen.

Voor veel organisaties verandert er vandaag nog weinig. De richtlijn richt zich namelijk in eerste instantie op de lidstaten, niet op bedrijven of grondeigenaren. Toch is dit een ontwikkeling die je niet kunt negeren. De komende jaren wordt steeds duidelijker hoe het met de bodem is gesteld. Daardoor krijgt betrouwbare bodeminformatie een steeds grotere rol bij ruimtelijke keuzes.

 

Waarom komt deze wet er?

De bodem vormt de basis voor wonen, water, natuur, landbouw, infrastructuur en industrie. Tegelijk staat die bodem steeds meer onder druk. Verontreinigingen, verdichting, erosie, verharding en klimaatverandering verminderen het vermogen van de bodem om water vast te houden, gewassen te laten groeien, biodiversiteit te ondersteunen en verontreinigingen af te breken.

Volgens de Europese Commissie verkeert een groot deel van de Europese bodems niet in een gezonde toestand. Daarom wil Europa beter inzicht krijgen in de kwaliteit van de bodem én ervoor zorgen dat lidstaten de bodem op een vergelijkbare manier meten en beoordelen.

Dat sluit aan bij een ontwikkeling die ook in Nederland zichtbaar is. De bodem wordt steeds vaker gezien als het fundament onder maatschappelijke opgaven.

 

Wat houdt de Soil Monitoring Law in?

De richtlijn bestaat uit drie belangrijke onderdelen.

 

Bodems systematisch monitoren

Alle lidstaten moeten een monitoringssysteem opzetten waarmee de fysieke, chemische en biologische kwaliteit van de bodem wordt gevolgd.

Hiervoor wordt het land verdeeld in zogenoemde bodemdistricten. Per gebied wordt gekeken welke bodemtypen aanwezig zijn, hoe de bodem wordt gebruikt en hoe de bodemkwaliteit zich ontwikkelt. Hierdoor kan de monitoring worden afgestemd op regionale verschillen in bodemtype, landgebruik en bodemopgaven. Een veengebied vraagt immers om andere aandachtspunten dan een zand- of kleigebied.

De beoordeling gebeurt volgens een gezamenlijke Europese methodiek. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

  • bodemstructuur;
  • organische stof;
  • biodiversiteit;
  • verdichting;
  • erosie;
  • bodemafdekking;
  • verontreinigingen.

Ook opkomende stoffen zoals PFAS, pesticiden en microplastics krijgen nadrukkelijk aandacht.

 

Verontreinigde locaties beter in beeld brengen

Lidstaten moeten verontreinigde en mogelijk verontreinigde locaties systematisch opsporen, onderzoeken en beoordelen.

Daarbij ligt de nadruk op locaties waar risico’s kunnen bestaan voor mens of milieu. Op basis van die informatie kunnen overheden beter bepalen waar vervolgonderzoek of maatregelen nodig zijn.

Uiterlijk eind 2029 moet iedere lidstaat beschikken over een openbaar register van verontreinigde en potentieel verontreinigde locaties.

 

Minder onnodig ruimtebeslag

De richtlijn vraagt ook aandacht voor het beperken van bodemafdekking, zoals verharding met asfalt en beton, en voor het voorkomen van onnodig grondverzet.

 

Wat betekent de Soil Monitoring Law voor overheden en bedrijven?

Voor overheden

Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen de komende jaren een belangrijke rol bij de uitvoering van de richtlijn. Bodemmonitoring moet verder worden georganiseerd, bodemgegevens moeten beter op elkaar aansluiten en verontreinigde locaties worden systematisch geregistreerd. Ook de relatie tussen bodem, water, natuur en klimaat krijgt een grotere plaats in beleid en gebiedsontwikkeling.

 

Voor initiatiefnemers

Voor bedrijven, ontwikkelaars en grondeigenaren verandert voorlopig weinig. De richtlijn richt zich in eerste instantie op de lidstaten. Zij moeten de monitoring organiseren, gegevens verzamelen en de richtlijn vertalen naar nationale wetgeving. Eventuele nieuwe verplichtingen ontstaan pas wanneer Nederland de Europese richtlijn heeft omgezet in nationale wetgeving.

Wel is duidelijk welke kant Europa op beweegt. Betrouwbare bodemgegevens worden steeds belangrijker bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook komt er meer aandacht voor bodemgezondheid, opkomende verontreinigingen en het duurzaam gebruiken van de bodem.

Dat betekent dat goede bodeminformatie steeds vaker de basis vormt voor vergunningverlening, gebiedsontwikkeling en beleidskeuzes.

Deze ontwikkeling sluit aan bij de manier waarop de Omgevingswet naar de leefomgeving kijkt. Niet één thema staat centraal, maar de samenhang tussen bodem, water, natuur, gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling. De Soil Monitoring Law versterkt die integrale benadering door bodemkwaliteit eerder en beter mee te nemen in gebiedsgerichte afwegingen.

 

Wat verandert de Soil Monitoring Law voor Nederland?

Nederland beschikt al over uitgebreide bodemwetgeving en een goed ontwikkeld systeem voor bodemonderzoek en bodeminformatie.

De komende jaren zal de Soil Monitoring Law worden ingepast in de bestaande Nederlandse praktijk. Daarbij wordt gekeken hoe bestaande gegevens en monitoringsprogramma’s kunnen aansluiten op de Europese methodiek, zonder onnodige extra administratieve lasten.

De verwachting is daarom dat Nederland veel bestaande kennis en systemen kan blijven gebruiken. Wel zullen monitoring en gegevensuitwisseling de komende jaren verder worden uitgebreid en beter op elkaar worden afgestemd.

 

Waarom bodemkwaliteit belangrijk is voor gebiedsontwikkeling

De Soil Monitoring Law draait niet alleen om het verzamelen van meer gegevens. Uiteindelijk gaat het erom dat bodeminformatie eerder wordt gebruikt bij ruimtelijke keuzes.

Een gezonde bodem kan water vasthouden, biodiversiteit ondersteunen, koolstof opslaan en risico’s van verontreinigingen beperken. Door bodemkwaliteit vanaf het begin mee te nemen in gebiedsontwikkeling, kunnen de opgaven beter met elkaar worden verbonden.

 

Wanneer gaat de wet gelden?

De Europese richtlijn is op 16 december 2025 in werking getreden.

Vervolgens hebben de lidstaten drie jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Voor Nederland betekent dat de implementatie uiterlijk eind 2028 gereed moet zijn.

Belangrijke mijlpalen zijn:

  • 2028 – omzetting naar Nederlandse wetgeving;
  • 2029 – openbaar register van verontreinigde en potentieel verontreinigde locaties;
  • 2031 – eerste landelijke resultaten van de Europese bodemmonitoring.

Waarom bodemkwaliteit steeds belangrijker wordt

De Soil Monitoring Law verandert vandaag nog weinig aan de dagelijkse praktijk. Wel laat de richtlijn zien dat bodemkwaliteit de komende jaren een steeds grotere rol krijgt bij ruimtelijke keuzes en gebiedsontwikkeling.

Een gezonde bodem is nodig voor veilige woningbouw, klimaatbestendige steden, duurzame landbouw, robuuste infrastructuur, vitale natuur en schoon grond- en oppervlaktewater. Hoe beter de kwaliteit van de bodem bekend is, hoe beter keuzes kunnen worden onderbouwd.

Daarom neemt ook het belang toe van betrouwbaar bodemonderzoek, goed inzicht in bodemkwaliteit en kennis van nieuwe verontreinigingen zoals PFAS en microplastics.

“Een gezonde bodem ontstaat niet doordat je hem alleen meet. Monitoring laat zien waar kansen en risico’s liggen. De kwaliteit van de keuzes die daarna worden gemaakt, bepaalt uiteindelijk of een bodem geschikt blijft.”

 

 

Kort samengevat

Bodemkwaliteit wordt de komende jaren belangrijker doordat de Europese Soil Monitoring Law lidstaten verplicht de kwaliteit van hun bodem systematisch te monitoren. Daardoor krijgen overheden beter inzicht in de toestand van de bodem en zal bodeminformatie vaker worden gebruikt bij vergunningverlening, gebiedsontwikkeling en beleidskeuzes.

integraal bodemonderzoek rioolvervanging_GeofoxxGeofoxx

Integraal onderzoek voor rioolvervanging

20 juli 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Een rioolvervanging vraagt om meer dan alleen bodemonderzoek

Voordat een riool wordt vervangen, wil je weten welke omstandigheden invloed kunnen hebben op de uitvoering. De bodemkwaliteit is daarbij één onderdeel, maar zeker niet het enige. Ook funderingen, grondwater, archeologie, ontplofbare oorlogsresten en de stabiliteit van ontgravingen kunnen bepalend zijn voor de voorbereiding.

Bij een rioolvervanging in een bestaande woonwijk koos de opdrachtgever er daarom voor om al deze onderzoeken gelijktijdig uit te laten voeren. Zo ontstond één compleet beeld van de locatie, met één aanspreekpunt en één samenhangend advies.

 

Waarom integraal onderzoek bij een rioolvervanging?

De gemeente bereidde de vervanging van de riolering en de herinrichting van de openbare ruimte voor. Voor de aanleg van het nieuwe riool zijn graafwerkzaamheden nodig tot ongeveer 1,5 à 1,75 meter onder maaiveld.

Dat roept verschillende vragen op. Is de bodem geschikt om veilig te kunnen graven? Is bemaling nodig en wat zijn daarvan de effecten? Zijn er archeologische waarden of ontplofbare oorlogsresten waarmee rekening moet worden gehouden? En onder welke voorwaarden kunnen de ontgravingen veilig worden uitgevoerd?

In plaats van deze vragen afzonderlijk te laten onderzoeken, is gekozen voor één integraal onderzoeksprogramma.

 

Projectinformatie

Opdrachtgever
Gemeente Almelo

Locatie
Kerkelanden

Project
Voorbereiding rioolvervanging en herinrichting openbare ruimte

Rol van Geofoxx
Coördinatie van het integrale onderzoek en uitvoering van het bodemonderzoek, fundatieonderzoek en bemalingsadvies, in samenwerking met gespecialiseerde partners voor archeologie en ontplofbare oorlogsresten.

 

Welke onderzoeken zijn uitgevoerd voor de rioolvervanging?

Voor de voorbereiding van het project zijn meerdere onderzoeken op elkaar afgestemd en gecombineerd uitgevoerd.

Het onderzoek bestond uit:

  • een historisch vooronderzoek;
  • een verkennend bodemonderzoek inclusief PFAS;
  • een indicatief asbestonderzoek van fundatiemateriaal;
  • een fundatieonderzoek;
  • een bemalingsadvies met geohydrologisch onderzoek;
  • een archeologisch bureauonderzoek;
  • een vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten;
  • een advies voor de benodigde ontgravingstaluds.

Door deze onderzoeken gelijktijdig uit te voeren, konden veldwerkzaamheden worden gecombineerd en werd alle informatie in samenhang beoordeeld.

 

Waarom kiezen voor één integraal onderzoeksprogramma?

De belangrijkste keuze lag niet in één afzonderlijk onderzoek, maar in de manier waarop het onderzoek is georganiseerd.

Door alle benodigde disciplines vooraf te combineren ontstond één integraal beeld van de projectlocatie. Dat betekende minder afstemming tussen verschillende partijen, één aanspreekpunt tijdens het onderzoek en één samenhangende rapportage waarin de verschillende onderzoeksresultaten elkaar aanvullen.

 

Resultaat van het integrale onderzoek

Na afronding van het onderzoek beschikte de opdrachtgever over een compleet overzicht van de onderzochte risico’s en aandachtspunten voor de geplande rioolvervanging.

Alle benodigde informatie was in één traject verzameld en vastgelegd in samenhangende rapportages. Daarmee hoefden de verschillende onderzoeken niet afzonderlijk te worden georganiseerd en beoordeeld.

 

Inzicht

Een rioolvervanging draait niet alleen om wat er onder de weg ligt. Ook bodemkwaliteit, grondwater, funderingen, archeologie en veiligheid kunnen invloed hebben op de voorbereiding. Door deze onderwerpen vanaf het begin integraal te onderzoeken, ontstaat één compleet beeld van de locatie waarop de verdere projectvoorbereiding kan worden gebaseerd.

 

Pagina 1 van 21123›»

Laatste nieuws

  • Industriegebied saneren voor woonwijk_GeofoxxGeofoxx
    Bodemsanering voor woningbouw op voormalig industrieterrein1 oktober 2026 - 10:52
  • Bodemonderzoek voor rioolvervanging en herinrichting_GeofoxxGeofoxx
    Verkennend bodemonderzoek voor rioolvervanging en herinrichting openbare ruimte18 september 2026 - 11:49
  • Kun je bodemadviseur worden zonder bodemopleiding?_GeofoxxGeofoxx
    Bodemadviseur worden zonder bodemopleiding16 september 2026 - 12:38
  • voormalige kaslocatie geschikt voor overdracht_GeofoxxGeofoxx
    Verkennend bodemonderzoek bij voormalige kassen10 september 2026 - 14:57
  • Bodemonderzoek maakt risico’s bij grondtransactie inzichtelijkGeofoxx
    Bodemonderzoek maakt risico’s bij grondtransactie inzichtelijk8 september 2026 - 15:47
  • Bodemgezondheid meten. Hoe doe je dat in de praktijk_Geofoxx
    Bodemgezondheid meten aan de hand van het bodemleven3 september 2026 - 11:58
Heb je een vraag

Actueel

Bodemsanering voor woningbouw op voormalig industrieterrein

1 oktober 2026/door KarinSmulders

Verkennend bodemonderzoek voor rioolvervanging en herinrichting openbare ruimte

18 september 2026/door KarinSmulders

Bodemadviseur worden zonder bodemopleiding

16 september 2026/door KarinSmulders

Verkennend bodemonderzoek bij voormalige kassen

10 september 2026/door KarinSmulders
Meer weten?
Neem contact met ons op

© Copyright – Geofoxx

Algemene voorwaarden | Privacy beleid | Login

  • LinkedIn
  • Youtube

Scroll naar bovenzijde