Geofoxx
  • Over ons
    • Wie is Geofoxx
    • Historie
    • Structuur en cultuur
    • Kwaliteitsborging
    • Duurzaamheid
  • Expertise
    • Expertisegebieden
    • Kennis
  • Nieuws
    • Actueel
    • Magazine
  • Werken bij Geofoxx
  • Contact
    • Adres en contact
    • Schrijf je in voor de nieuwsbrief
  • Zoek
  • Menu Menu
Sanering Japanse duizendknoopGeofoxx

Hoe de sanering van Japanse duizendknoop langs de Drienerbeek wordt uitgevoerd

13 juli 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Wie te maken krijgt met Japanse duizendknoop langs een watergang merkt al snel dat het probleem verder gaat dan de plant zelf. In dit project liep de duizendknoop over het hele talud, door tot in aangrenzende percelen en tussen volwassen bomen. Dat maakte duidelijk dat een oppervlakkige aanpak geen optie was. Wat volgt, is een saneringstraject waarin techniek, volgorde en controle doorslaggevend zijn voor het eindresultaat.

Tijdens het ontgraven is niet gewerkt met vaste ontgravingsvlakken, maar met een variabele dieptebepaling. De ontgravingsdiepte werd continu afgestemd op de aanwezigheid van wortelstokken, waarbij visuele begeleiding leidend was. Zodra wortelresten zichtbaar bleven, is verder ontgraven. Dit betekende dat de uiteindelijke diepte lokaal varieert.

De keuze voor continue graafbegeleiding was hier essentieel. Niet om achteraf te controleren, maar om tijdens het werk beslissingen te nemen over doorzetten of bijstellen van de ontgraving. Daarmee werd voorkomen dat ‘net voldoende’ ontgraven zou leiden tot restmateriaal in de bodem of een veel te grote ontgraving met onnodige meerkosten.

 

Eerst vastleggen wat wél en wat niet kon

De met Japanse duizendknoop besmette grond is ontgraven en wordt op locatie in een gecontroleerd depot met bacteriën behandeld.

Voordat er ook maar één kraan het terrein op ging, is vastgelegd wat technisch noodzakelijk was om de duizendknoop daadwerkelijk te verwijderen. Dat begon bij de afbakening van het saneringsgebied: niet alleen de zichtbare planten, maar ook de zones waar wortelstokken zich konden bevinden, zijn meegenomen.

In het werkplan is vastgelegd waar de duizendknoop ontgraven moest worden waarbij de graafbegeleider bepaalt tot welke diepte wordt ontgraven. Ook is vastgelegd waar het depot zou komen te liggen, hoe groot het moest zijn en welke ondergrond daarvoor nodig was.

Belangrijk was dat deze keuzes vooraf zijn gemaakt. De aannemer kreeg geen ruimte om tijdens het werk te improviseren op de saneringsmethode. Dat voorkwam dat snelheid of praktische handigheid de boventoon zou voeren boven effectiviteit.

 

Ontgraven: zorgvuldig en onder begeleiding

De uitvoering startte met het ontgraven van alle grond waarin Japanse duizendknoop aanwezig was of verwacht werd. Dit gebeurde onder graafbegeleiding. Niet steekproefsgewijs, maar continu. De reden daarvoor was simpel: één gemiste wortelstok kan voldoende zijn voor hergroei.

De ontgraving vond gefaseerd plaats. Eerst is het talud laag voor laag afgegraven, waarbij voortdurend werd gecontroleerd of de ontgravingsdiepte voldeed. Grond werd afgevoerd naar de depotlocatie op hetzelfde terrein. Daarmee werd voorkomen dat besmette grond zich kon verspreiden over een groter gebied.

 

Opbouw van het depot: techniek vóór tempo

De depotlocatie was vooraf ingericht. De ondergrond is behandeld met bacteriën om te voorkomen dat wortelresten konden doordringen in de ondergrond. Pas daarna is begonnen met het opbouwen van het depot zelf.

De verontreinigde grond is laagsgewijs aangebracht. Tussen die lagen zijn bacteriën toegevoegd die onder zuurstofarme omstandigheden wortelstokken afbreken. De dikte van de lagen, de verdeling van de bacteriën en het vochtgehalte zijn daarbij gecontroleerd. Dit is geen standaard grondopslag; het depot functioneerde als een gecontroleerde behandelingsomgeving.

De laagopbouw was hierbij geen logistieke keuze, maar een technisch vereiste. Door de grond in beheersbare lagen aan te brengen, kon de bacteriële toevoeging gelijkmatig worden doorgemengd. Tegelijkertijd bleef het vochtgehalte beheersbaar, wat essentieel is voor het functioneren van de bacteriën onder zuurstofarme omstandigheden.

De afdekking van het depot bestond uit meerdere lagen geotextiel, elk met een eigen functie. De eerste laag beschermde tegen beschadiging door scherpe wortelresten. Daarboven volgde een luchtdichte afsluiting die zuurstoftoevoer moest voorkomen. De bovenste laag diende als fysieke bescherming tegen weersinvloeden en betreding. Daarbovenop werd een laag zand aangebracht zodat alles volledig werd afgesloten.

Deze opbouw was noodzakelijk om een stabiel, zuurstofarm milieu te creëren. Zonder deze condities is de werking van de bacteriële behandeling onvoldoende voorspelbaar en daarmee niet te garanderen.

 

Behandelperiode en monitoring

Na afsluiting begon de behandelfase. In deze periode gebeurde aan de buitenkant weinig, maar technisch was dit een belangrijke fase. De effectiviteit van de sanering hangt af van de juiste omstandigheden in het depot. Daarom wordt gemonitord of het depot intact blijft, of de afdekking niet beschadigde en of er geen ongewenste verstoring optrad.

Tijdens de behandelfase lag de nadruk op procesbewaking. Het depot wordt periodiek gecontroleerd. Deze fase is bewust niet versneld. De effectiviteit van de sanering was afhankelijk van het laten ‘uitwerken’ van het proces. Door rust te houden in deze fase werd voorkomen dat ingrepen zouden leiden tot verstoring van het microklimaat in het depot.

Deze fase gaf het project iets wat bij veel saneringen ontbreekt: rust. Er hoeft alleen gestuurd te worden op het zorgvuldig afronden van het proces.

 

Nazorg en vervolg van het projectgebied

Pas als duidelijk is dat de behandeling succesvol is verlopen, komt de volgende stap in beeld: hergebruik van grond en verdere inrichting van het beekprofiel.

Doordat de grond op locatie is gebleven, bleef het project flexibel in de vervolgfase. Er is geen afhankelijkheid van externe verwerkers of teruglevermomenten. Pas nadat duidelijk is dat de behandeling effectief verloopt, wordt gekeken naar hergebruik binnen het projectgebied. Door zorgvuldig handelen vertrouwt iedereen erop dat we dit najaar alle grond duizendknoop vrij hebben, en weer terug kunnen brengen in de oude situatie.

 

Dit project laat zien dat effectieve sanering van Japanse duizendknoop geen kwestie is van één slimme techniek. Het resultaat wordt bepaald door:

  • Vooraf vastleggen wat nodig is
  • Ontgraven zonder concessies
  • Behandelen onder gecontroleerde omstandigheden
  • Monitoren tot het proces echt is afgerond

Zekerheid ontstaat alleen wanneer sanering als technisch proces wordt georganiseerd, niet als bijzaak van inrichting of beheer. Japanse duizendknoop verdwijnt pas echt wanneer uitvoering belangrijker wordt dan tempo. Wie dat accepteert, krijgt grip.

als de data over microplastics nog geen antwoord geeft_Geofoxx

Microplastics in de bodem: wat als onderzoek geen antwoord geeft?

3 juli 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Je wilt weten waar microplastics in de bodem vandaan komen. Welke stoffen samen voorkomen. En welke maatregelen het meeste effect hebben.

Daarvoor heb je data nodig. Veel data.

 

Maar wat als die data er wel is, terwijl je er nog geen betrouwbare conclusies uit kunt trekken?

Dat was de vraag vanuit de gemeente Arnhem waar stagiair Kai van Bockel zich de afgelopen maanden mee bezighield. Als student Watermanagement aan de Hogeschool Rotterdam onderzocht hij bij Geofoxx of er een verband bestaat tussen microplastics en ftalaten in de bodem en het watersysteem van Arnhem. Kai kreeg alle medewerking van de gemeenten Arnhem en toegang tot alle informatie die hij nodig had voor zijn onderzoek.

De uitkomst bleek anders dan vooraf verwacht omdat het onderzoek blootlegde waar de huidige grenzen van de beschikbare data liggen.

 

Jaren aan onderzoeksgegevens, maar geen totaaloverzicht

Sinds 2022 wordt in Arnhem onderzoek gedaan naar microplastics. Verspreid over verschillende projecten zijn monsters genomen van grond, grondwater, slib en oppervlaktewater.

Daardoor is in enkele jaren tijd een waardevolle hoeveelheid onderzoeksgegevens ontstaan. Tegelijkertijd bleek die informatie verspreid te staan over rapporten, projectmappen en laboratoriumbestanden. Wie gegevens uit meerdere onderzoeken wilde vergelijken, moest telkens opnieuw zoeken, ordenen en interpreteren.

Hier lag de eerste uitdaging van Kai.

Hij ontwikkelde een database waarin gegevens uit verschillende onderzoeken samenkomen en op een uniforme manier worden opgeslagen. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Laboratoria gebruiken namelijk verschillende rapportagevormen, detectielimieten en analysemethoden. Soms verschillen rapportages zelfs binnen hetzelfde laboratorium.

 

“Je kunt een tabel uit een rapport niet zomaar in een database zetten. Eerst moet je zorgen dat alle data op dezelfde manier wordt verwerkt.”

 

De database maakt het mogelijk om onderzoeksgegevens uit meerdere projecten naast elkaar te zetten en sneller patronen te herkennen. Daarmee ontstaat een fundament waarop toekomstig onderzoek kan voortbouwen.

 

Een logische hypothese die nog niet bewezen kan worden

Nadat de data was samengebracht, richtte Kai zich op de centrale onderzoeksvraag.

Binnen het Arnhemse onderzoek worden autobanden gezien als een belangrijke bron van microplastics. Uit eerdere studies is bekend dat autobanden ook bepaalde ftalaten bevatten. De verwachting was daarom dat beide stoffen mogelijk samen voorkomen.

Dat klinkt logisch.

Toch bleek het aantonen van zo’n verband veel ingewikkelder dan gedacht.

Uit de analyses kwam geen aantoonbare correlatie tussen individuele microplastics en ftalaten naar voren.

Dit betekent niet dat er geen relatie bestaat. Het betekent dat de huidige dataset onvoldoende basis biedt om die relatie statistisch te onderbouwen.

En dit inzicht maakt het onderzoek waardevol.

 

Waarom meer data niet automatisch leidt tot betere onderzoeksresultaten

Tijdens het onderzoek werd duidelijk hoe kwetsbaar conclusies kunnen zijn wanneer de onderliggende data beperkingen heeft.

Veel meetwaarden blijken onder de detectielimiet van het laboratorium te liggen. Daardoor is bekend dat een stof aanwezig kan zijn, maar niet hoeveel er daadwerkelijk aanwezig is. Ook verschillen detectiegrenzen en onzekerheidsmarges tussen analyses.

Daarnaast zijn niet alle locaties op dezelfde parameters onderzocht. Wanneer datasets worden gecombineerd, blijven uiteindelijk slechts enkele locaties over die volledig vergelijkbaar zijn.

Voor correlatieonderzoek is dit een probleem.

Ook ontbreken gegevens die mogelijk veel invloed hebben op de resultaten. Denk aan de grootte en vorm van microplastics, maar ook aan de geschiedenis van een locatie. Is de bodem recent vergraven? Is sprake van een park, woonwijk of infiltratievoorziening? Zulke verschillen kunnen bepalend zijn voor de aanwezigheid en verspreiding van stoffen.

Het onderzoek laat daarmee zien dat de betrouwbaarheid van conclusies niet alleen afhangt van het aantal metingen, maar vooral van de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de gegevens.

 

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

De belangstelling voor microplastics groeit snel. Gemeenten, waterschappen en andere terreinbeheerders willen begrijpen waar stoffen vandaan komen, hoe ze zich verspreiden en welke risico’s daarbij horen.

Dat is begrijpelijk.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat het vakgebied zich nog volop ontwikkelt. Onderzoeksmethoden worden verfijnd, analysetechnieken verbeteren en nieuwe kennis komt voortdurend beschikbaar.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat voorzichtigheid nodig blijft bij het interpreteren van resultaten. Een kaart met meetwaarden lijkt soms veel zekerheid te geven, terwijl achter die cijfers nog grote verschillen in meetmethoden, detectielimieten en betrouwbaarheid kunnen schuilgaan.

Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de uitkomst van een onderzoek te kijken, maar ook naar de kwaliteit van de data waarop die uitkomst is gebaseerd.

 

Van onderzoeksresultaten naar een verhaal dat begrijpelijk wordt

Naast de database ontwikkelde Kai een interactieve StoryMap waarin de onderzoeksgegevens visueel worden gepresenteerd.

Onderzoekslocaties, gemeten concentraties en normoverschrijdingen zijn daarin direct zichtbaar. Gebruikers kunnen inzoomen op locaties en zien welke gegevens beschikbaar zijn en hoe deze zich tot elkaar verhouden.

Voor de gemeente Arnhem biedt dit meer dan alleen een overzichtskaart.

De StoryMap maakt zichtbaar waar verhoogde gehalten zijn gemeten, waar kennis nog ontbreekt en welke locaties interessant zijn voor vervolgonderzoek. Daarmee wordt onderzoeksinformatie toegankelijker voor beleidsmakers, projectleiders en andere betrokkenen die niet dagelijks met datasets werken.

 

De belangrijkste uitkomst van het microplasticsonderzoek

De grootste opbrengst van dit stageonderzoek is niet een aangetoonde correlatie.

Het onderzoek maakt duidelijk welke stappen nog nodig zijn voordat zulke conclusies verantwoord getrokken kunnen worden. Meer meetlocaties, betere standaardisatie van analyses, lagere detectielimieten en meer aandacht voor locatiekenmerken zijn belangrijke voorwaarden.

Tegelijkertijd heeft het onderzoek iets anders opgeleverd: een centrale database, een interactieve StoryMap en een beter inzicht in de sterke en zwakke punten van de huidige onderzoeksgegevens.

Dit helpt niet alleen bij toekomstig onderzoek in Arnhem, maar ook bij de bredere vraag hoe we microplastics in bodem en water beter kunnen begrijpen.

“En soms is dat inzicht waardevoller dan het antwoord waar je naar op zoek was.”

 

Wat kun je concluderen als onderzoeksdata geen antwoord geeft?

Wanneer onderzoeksdata onvoldoende vergelijkbaar of volledig is, kunnen geen betrouwbare statistische conclusies worden getrokken. Dat betekent niet dat er geen verband bestaat, maar dat aanvullend onderzoek nodig is.

Asbestverontreiniging afgebakend voor toekomstige woningbouwGeofoxx

Asbestverontreiniging afgebakend voor toekomstige woningbouw

2 juli 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Eerst duidelijkheid over de bodem

Een agrarisch perceel lijkt op het eerste gezicht geschikt voor woningbouw. De bodemkwaliteit voldoet grotendeels aan de verwachtingen en ook het grondwater geeft geen aanleiding voor zorgen.

Tijdens een terreininspectie wordt langs de oostzijde van het perceel echter asbestverdacht materiaal aangetroffen. Verkennend asbestonderzoek bevestigt dat ook in de bodem asbest aanwezig is. Daarmee ontstaat een nieuwe opgave: vaststellen of sprake is van een verontreiniging, hoe groot deze is en wat dit betekent voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling.

 

De opgave

De gemeente Hardenberg wil een perceel van circa 2,9 hectare ontwikkelen voor woningbouw. Vooraf moet duidelijk zijn of de bodem geschikt is voor de nieuwe functie en welke maatregelen nodig zijn om de ontwikkeling mogelijk te maken.

Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat het grootste deel van de locatie geen bijzondere milieuhygiënische aandachtspunten kent. De aandacht richt zich daarom op een zone aan de oostzijde van het terrein, waar vroeger een sloot heeft gelegen die later is gedempt.

 

Projectinformatie

Opdrachtgever: Gemeente Hardenberg

Rol Geofoxx: Uitvoering van verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestonderzoek en nader asbestonderzoek.

 

Wat zagen we?

Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat het grootste deel van het terrein voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Deze grond vormt geen belemmering voor de voorgenomen transactie of woningbouwontwikkeling.

Ook in het grondwater worden geen concentraties boven de signaleringswaarde aangetoond. De aangetroffen zink concentraties worden beschouwd als verhoogde achtergrondconcentraties van natuurlijke oorsprong.

De situatie is anders ter plaatse van de gedempte sloot. Daar wordt tijdens het veldwerk asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. Het daaropvolgende asbestonderzoek toont aan dat in de gedempte sloot asbest aanwezig is in gehalten boven de toetsingswaarde voor nader onderzoek. Daarnaast worden verhoogde gehalten aan kwik aangetroffen.

De exacte omvang van de verontreiniging is op dat moment nog onbekend.

 

Waar bevindt de verontreiniging zich?

Om de verontreiniging af te bakenen volgt een nader asbestonderzoek.

Het onderzoeksgebied is opgedeeld in ruimtelijke eenheden. Vervolgens zijn tien sleuven gegraven en is de vrijgekomen grond visueel beoordeeld en bemonsterd. In totaal zijn vijftien grondmonsters en meerdere asbestverzamelmonsters geanalyseerd.

Tijdens het onderzoek komen op verschillende locaties bodemvreemde materialen aan het licht, waaronder puin, glas, metaal en afvalresten. Ook zijn meerdere asbestverdachte fragmenten waargenomen.

De analyses laten zien dat de hoogste asbestgehalten zijn aangetroffen op twee locaties binnen de voormalige slootdemping.

 

Wat betekende dit voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling?

Het nader onderzoek maakt duidelijk dat sprake is van een sterke asbestverontreiniging in de bovengrond De verontreiniging beslaat een oppervlakte van ongeveer 143 m². De totale omvang van de sterke verontreiniging betreft circa 72 m³ grond.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de verontreiniging buiten de gedempte sloot niet aanwezig is en dat de ondergrond grotendeels vrij is van asbest. De verontreiniging is daarmee zowel horizontaal als verticaal in beeld gebracht.

Ook het aanvullende onderzoek naar kwik geeft meer duidelijkheid. De verhoogde kwikgehalten uit eerder onderzoek worden niet opnieuw aangetoond.

 

Welke keuzes worden mogelijk?

Door de aard, ligging en omvang van de verontreiniging vast te stellen, ontstaat duidelijkheid over de vervolgstappen.

Het onderzoek laat zien dat woningbouw op de locatie mogelijk blijft, maar niet zonder aanvullende maatregelen. De asbestverontreiniging moet eerst worden aangepakt voordat de bodem geschikt is voor de toekomstige woonfunctie.  In het advies naar de gemeente is daarom niet alleen gekeken naar de milieutechnische eisen, maar ook naar het bredere maatschappelijke belang.

 

Van vermoeden naar afgebakende verontreiniging

De grootste onzekerheid in dit project ontstond nadat tijdens het veldwerk onverwacht asbestverdacht materiaal werd aangetroffen.

Met het daaropvolgende verkennend en nader asbestonderzoek is vastgesteld of daadwerkelijk sprake was van een verontreiniging en, waar deze zich bevond en hoe omvangrijk deze was. Daarmee wordt duidelijk welke delen van het terrein geschikt zijn voor woningbouw en welke maatregelen nodig zijn om ook het resterende deel van de ontwikkeling mogelijk te maken.

Microplastics in wadi's: de verborgen keerzijde van infiltratieGeofoxx

Microplastics in wadi’s: de verborgen keerzijde van infiltratie

30 juni 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Wadi’s zijn ontworpen om regenwater op te vangen, tijdelijk vast te houden en langzaam in de bodem te laten infiltreren. Daarmee helpen ze steden om piekbuien op te vangen en grondwater aan te vullen.

Maar doordat wadi’s water uit de omgeving verzamelen, vangen ze meer op dan alleen regenwater.

In nauwe samenwerking met de gemeente Arnhem laat onderzoek in de gemeente zien dat wadi’s ook een verzamelplek kunnen zijn voor microplastics.

 

Kort samengevat
Wadi’s helpen regenwater infiltreren, maar kunnen tegelijkertijd microplastics uit afstromend water verzamelen. Daardoor ontstaat een nieuwe beheeropgave voor gemeenten en beheerders van de openbare ruimte.

 

Waarom komen microplastics in een wadi terecht?

Microplastics komen op verschillende manieren in de leefomgeving terecht. Slijtage van autobanden, afbraak van kunststoffen, bouwmaterialen en neerslag zorgen ervoor dat kleine kunststofdeeltjes zich verspreiden over wegen, bermen en verhardingen.

Bij regen spoelen deze deeltjes mee met afstromend water richting kolken, greppels en uiteindelijk naar infiltratievoorzieningen zoals wadi’s.

In onderzochte wadi’s in Arnhem zijn hoge concentraties microplastics aangetroffen. Daarmee ontstaat een nieuwe vraag: wat gebeurt er met deze deeltjes nadat ze in de bodem terechtkomen?

 

Een wadi houdt niet alleen regenwater vast

Een belangrijk deel van de microplastics blijft achter in de bovenste bodemlaag van een wadi. Daardoor werkt een wadi niet alleen als infiltratievoorziening, maar ook als een soort filter voor verontreinigingen die met regenwater worden aangevoerd.

Dat lijkt positief, maar het betekent ook dat microplastics zich in de loop van de tijd kunnen ophopen en dat een deel zich verder kan verspreiden naar het grondwater.

Onderzoek laat zien dat microplastics invloed kunnen hebben op bodemprocessen en het bodemleven. De mate waarin dat gebeurt hangt af van factoren zoals bodemtype, concentratie en de eigenschappen van de kunststofdeeltjes. Veel kennis hierover is nog in ontwikkeling.

Daardoor groeit de aandacht voor de rol van infiltratiesystemen bij het verzamelen en vasthouden van deze verontreinigingen.

 

Belangrijkste inzichten

  • Wadi’s verzamelen ook microplastics.
  • Een deel blijft achter in de toplaag.
  • De langetermijneffecten worden nog onderzocht.
  • Monitoring kan helpen om ophoping inzichtelijk te maken.

 

Wat betekent dit voor gemeenten en beheerders?

Wadi’s worden steeds vaker toegepast als onderdeel van klimaatadaptatie. Ze helpen wateroverlast beperken en dragen bij aan het aanvullen van grondwater.

Tegelijkertijd ontstaat een nieuwe beheeropgave. Als microplastics zich ophopen in de bodem van een wadi, is het verstandig om niet alleen naar waterberging te kijken, maar ook naar de kwaliteit van het materiaal dat achterblijft.

Dat roept vragen op tijdens ontwerp, beheer en onderhoud:

  • Waar komt het water vandaan dat de wadi instroomt?
  • Welke bronnen van microplastics liggen in de omgeving?
  • Wat gebeurt er met verontreinigingen die zich jarenlang ophopen?
  • Is periodieke monitoring of onderhoud van de toplaag wenselijk?

De uitdaging zit onder het maaiveld

Microplastics zijn nauwelijks zichtbaar. Toch kunnen ze zich jarenlang ophopen in systemen die bedoeld zijn om water op een natuurlijke manier te verwerken. Aan deze deeltjes zitten vaak ook andere stoffen gebonden, zoals weekmakers, die zich eveneens in het milieu kunnen verspreiden.

Daardoor krijgt een wadi ongemerkt een tweede functie: niet alleen water bergen en infiltreren, maar ook verontreinigingen uit de stedelijke omgeving opvangen.

 

Klimaatadaptatie vraagt ook aandacht voor bodemkwaliteit
Wie nadenkt over klimaatadaptatie, doet er daarom goed aan ook naar de kwaliteit van het infiltrerende water en de bodem te kijken. Want wat vandaag met regenwater wordt aangevoerd, blijft mogelijk jarenlang achter in de bodem.

quickscan vroeg in proces aanvragen_GeofoxxGeofoxx

Waarom het slim is om een quickscan vroeg in het proces aan te vragen 

29 juni 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Veel projecten lopen vertraging op doordat ecologie pas laat wordt meegenomen. Een quickscan lijkt een kleine stap, maar bepaalt in de praktijk of je planning overeind blijft. Juist daarom is het verstandig om de quickscan al vroeg aan te vragen, het liefst al in de planfase van een project.

 

Vertraging voorkomen

Een quickscan zelf is snel gedaan: bij Geofoxx meestal binnen een maand. Het vervolg is minder flexibel. Uit de quickscan kan blijken dat nader onderzoek nodig is. Dat onderzoek mag alleen in een bepaald seizoen worden uitgevoerd. Voor vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen geldt dat deze perioden vooral in het voorjaar en de zomer liggen. Wie laat in het voorjaar pas begint met de quickscan, zal vanwege een reeds gevulde planningen in het voorjaar, automatisch doorschuiven naar het volgende jaar. Zo ontstaat de vertraging die veel opdrachtgevers niet willen.

 

Ruimte in de planning

Door een quickscan in het najaar te plannen, is er ruimte om snel te starten. De quickscan is dan op tijd klaar waardoor het vervolgonderzoek in het voorjaar meteen ingepland kan worden. Daarmee houd je grip op het proces. Onze ecoloog verwoordde het helder: als je vroeg begint, ben je als eerste aan de beurt en voorkom je dat je lang moet wachten omdat er geen ruimte meer is in de planning.

 

Last-minute aanpassingen voorkomen

Een ander voordeel van vroeg beginnen is dat je nog vóór het broedseizoen werkzaamheden kunt uitvoeren. Soms komt er geen vervolgonderzoek uit de quickscan, maar moet je wel buiten het broedseizoen werken. Wie in het najaar al duidelijkheid heeft, kan de planning daarop afstemmen. Dat voorkomt last-minute aanpassingen.

 

De voordelen van vroeg starten komen neer op drie punten:

  • je benut het najaar en de winter, wanneer bureaus wél ruimte hebben;
  • je voorkomt dat seizoensgebonden vervolgonderzoek een jaar vertraging oplevert;
  • je houdt ruimte om werkzaamheden nog voor het broedseizoen uit te voeren

Opvallend genoeg hoeft de ontwikkeling zelf nog niet eens volledig uitgewerkt te zijn. Een schets of eerste plan is vaak genoeg voor een ecoloog om de quickscan te starten. Daarmee kan het ecologische traject meebewegen met de rest van het project in plaats van erachteraan te hobbelen.

De kern is simpel: de natuur volgt haar eigen ritme. Door de quickscan vroeg in het proces te laten uitvoeren, voorkom je dat dat ritme jouw planning bepaalt. Het levert rust op, duidelijkheid en de ruimte om in het voorjaar daadwerkelijk te doen wat je van plan was.

Wil je weten wanneer jouw project het beste kan starten met een quickscan? We denken graag met je mee over het juiste moment en de stappen die daarna volgen.

stage_onbekend onderwerp waardevolle onderzoeksresultaten_GeofoxxGeofoxx

Van onbekend onderwerp naar waardevolle onderzoeksresultaten

23 juni 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Toen ik in februari begon aan mijn stage bij Geofoxx, stapte ik in een onderwerp waar ik weinig vanaf wist. Tijdens mijn opleiding Watermanagement aan de Hogeschool Rotterdam komt plasticvervuiling wel aan bod, maar niet op de manier en diepgang waarop Geofoxx onderzoek doet naar microplastics en ftalaten.

Ook mijn kennis van Excel was op dat moment nog beperkt. Dat veranderde snel.

Mijn naam is Kai van Bockel, stagiair bij Geofoxx

 

Het bouwen van een database

Een groot deel van mijn stage stond in het teken van het ontwikkelen van een database waarin onderzoeksgegevens uit verschillende projecten konden worden samengebracht. Dat bleek uitdagender dan ik vooraf had verwacht. Laboratoria rapporteren gegevens op verschillende manieren, waardoor data niet zomaar met elkaar te vergelijken is.

Het bouwen van de database was daarom een proces van uitproberen, fouten maken en opnieuw beginnen. Dat maakte het leerzaam. Gaandeweg werd ik steeds beter in het herkennen van problemen in de macro’s en het zelfstandig oplossen daarvan. Waar ik in het begin regelmatig hulp nodig had, kon ik later steeds meer zelf.

 

Op zoek naar verbanden in de data

Toen de database eenmaal stond, begon het analyseren van de data. Ook dat bleek niet eenvoudig. Voordat gegevens bruikbaar zijn voor onderzoek, moet veel informatie eerst worden gecontroleerd, gestructureerd en vergelijkbaar gemaakt. Vervolgens begon de zoektocht naar mogelijke correlaties tussen microplastics en ftalaten.

Al snel werd duidelijk dat de focus van mijn onderzoek zou verschuiven. In plaats van het aantonen van duidelijke correlaties kwam de nadruk steeds meer te liggen op de vraag waarom die correlaties nog niet aantoonbaar zijn en welke stappen nodig zijn om daar in de toekomst wel uitspraken over te kunnen doen.

 

De waarde van een negatieve uitkomst

Dat vond ik in eerste instantie best jammer. Natuurlijk hoop je als onderzoeker dat je een duidelijk verband kunt aantonen. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat bij een relatief jong onderzoeksgebied als microplastics ook een negatieve uitkomst waardevol kan zijn. Het laat zien waar de huidige grenzen van de beschikbare data liggen en welke kennis nog ontbreekt.

 

Onderzoeksresultaten zichtbaar maken

Een onderdeel dat mij direct goed lag, was het ontwikkelen van de StoryMap. Tijdens mijn opleiding had ik hier al ervaring mee opgedaan. Het was leuk om onderzoeksresultaten op een visuele en toegankelijke manier te presenteren. Daardoor wordt complexe informatie makkelijker begrijpelijk voor collega’s en opdrachtgevers.

 

Leren van collega’s en de praktijk

Naast de inhoud van het onderzoek heb ik vooral veel geleerd van de mensen om mij heen. Ik werkte samen met collega’s die soms al jarenlang actief zijn binnen het bodem- en wateronderzoek. Daardoor zag ik hoe methodes en programma’s die ik tijdens mijn opleiding heb leren kennen daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast. Tegelijkertijd maakte ik kennis met nieuwe software, nieuwe onderzoekstechnieken en de manier waarop projecten binnen een advies- en onderzoeksbureau worden uitgevoerd.

 

Terugblik op mijn stage

Terugkijkend heeft deze stage mij niet alleen meer geleerd over microplastics en data-analyse, maar ook over onderzoek doen in de praktijk. Soms levert onderzoek niet het antwoord op waar je vooraf op hoopt. Dan kan het inzicht dat je onderweg opdoet minstens zo waardevol zijn.

Wadi voor infiltratie van regenwater in de openbare ruimte_GeofoxxGeofoxx

Een wadi vangt meer op dan regenwater

16 juni 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Bij de herinrichting van een wijk lijken de keuzes vaak vanzelfsprekend. Meer groen, minder verharding en regenwater dat niet langer rechtstreeks naar het riool stroomt. In plaats daarvan wordt het lokaal opgevangen en geïnfiltreerd via een wadi of andere infiltratievoorziening.

Dat helpt om piekbuien op te vangen, droogte tegen te gaan en het riool te ontlasten. Op papier een logische stap.

Maar zodra regenwater de straat raakt, verandert het van samenstelling. Het neemt onderweg stoffen mee die vervolgens terechtkomen op de plek waar het infiltreert. Daarmee wordt een klimaatmaatregel tegelijkertijd een bodemvraagstuk.

 

Het water neemt onderweg meer mee dan je denkt

Regenwater dat een wadi bereikt, heeft meestal al een route afgelegd over wegen, parkeerplaatsen en andere verharde oppervlakken. Onderweg komen slijtagedeeltjes van autobanden, metalen uit verkeer en infrastructuur, straatvuil en andere verontreinigingen in het water terecht.

Die stoffen verdwijnen niet vanzelf uit het systeem. Ze verplaatsen zich mee met het afstromende water en komen terecht op de plek die is aangewezen om water te bergen en te infiltreren. Daarmee infiltreert niet alleen water in de bodem, maar ook een deel van de stoffen die daarin aanwezig zijn.

Dat maakt infiltratievoorzieningen anders dan veel traditionele verontreinigingssituaties. Er is geen lekkage, calamiteit of duidelijke veroorzaker aan te wijzen. De belasting ontstaat door normaal gebruik van de openbare ruimte. Iedere auto, iedere regenbui en iedere dag levert een kleine bijdrage.

 

Klimaatadaptatie en bodemkwaliteit raken elkaar

Vanuit waterbeheer is infiltratie een logische keuze. Gemeenten willen water langer vasthouden, verdroging beperken en voorkomen dat het riool tijdens hevige neerslag overbelast raakt.

Kijk je vanuit bodemkwaliteit naar dezelfde maatregel, dan ontstaat een aanvullende vraag. Niet alleen hoeveel water wordt geïnfiltreerd, maar ook welke stoffen daarmee worden meegevoerd. Daardoor verschuift de discussie. De vraag is niet langer uitsluitend waar water kan worden geborgen, maar ook wat de gevolgen zijn voor bodem en grondwater op langere termijn.

De locatie speelt daarbij een grote rol. Een wadi langs een drukke verkeersroute krijgt een andere belasting dan een voorziening in een rustige woonwijk. Ook het gebruik van de omgeving telt mee. Een infiltratievoorziening naast een speelplek vraagt om andere afwegingen dan een voorziening op een minder intensief gebruikte locatie.

 

Onderzoek maakt zichtbaar wat eerder onzichtbaar bleef

Over microplastics in oceanen en oppervlaktewater is inmiddels veel bekend. Over de aanwezigheid van microplastics in bodem en grondwater is aanzienlijk minder informatie beschikbaar. Onderzoek rond hemelwaterinfiltratievoorzieningen in Arnhem, Duiven en Westervoort laat zien dat microplastics zijn aangetroffen in grond, grondwater, oppervlaktewater en waterbodems. Slijtage van autobanden wordt gezien als een belangrijke bron. Ook atmosferische depositie kan een bijdrage leveren.

Aanvullende metingen rond infiltratievoorzieningen laten daarnaast de aanwezigheid zien van verschillende polymeren, metalen en weekmakers zoals ftalaten. Ook PFAS en mogelijk 6PPD-quinone worden genoemd als stoffen die aandacht vragen. Deze onderzoeksresultaten maken vooral zichtbaar dat infiltratievoorzieningen meer doen dan alleen water verwerken. Ze laten zien hoe stoffen zich via dagelijkse activiteiten kunnen verplaatsen naar bodem en grondwater.

 

De kennis ontwikkelt zich nog, projecten wachten niet

Een complicerende factor is dat de praktijk sneller beweegt dan de kennisontwikkeling.

Gemeenten werken aan klimaatadaptatie. Nieuwe woonwijken worden ontwikkeld. Bestaande wijken worden opnieuw ingericht. Infiltratievoorzieningen maken steeds vaker onderdeel uit van die plannen. Tegelijkertijd wordt nog onderzocht hoe stoffen zoals microplastics zich gedragen, welke risico’s daarbij horen en hoe die risico’s moeten worden beoordeeld. Voor veel stoffen ontbreekt nog een volledig uitgewerkt beoordelingskader. Dat betekent niet dat de vraag kan worden doorgeschoven. De verantwoordelijkheid voor een gezonde bodem en een zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte bestaat al.

Daarom is het verstandig om de kwaliteit van infiltrerend water vroeg in het ontwerptraject mee te nemen. Niet wanneer de inrichting al vastligt, maar op het moment dat locaties worden gekozen en ontwerpkeuzes nog beïnvloedbaar zijn.

 

De belangrijkste keuzes worden aan de voorkant gemaakt

De discussie over infiltratievoorzieningen gaat soms over de vraag of deze voorzieningen wenselijk zijn. Dat is een te eenvoudige benadering. Water infiltreren blijft een belangrijk onderdeel van een klimaatrobuuste leefomgeving. De uitdaging zit in het combineren van verschillende belangen binnen dezelfde ruimte. Een maatregel die gunstig is voor waterbeheer kan gevolgen hebben voor bodemkwaliteit, terwijl beide doelen tegelijkertijd belangrijk zijn.

Daarom ontstaat de grootste winst niet door achteraf extra maatregelen toe te voegen, maar door eerder de juiste vragen te stellen.

Wat infiltreert er precies? Welke belasting mag je op deze locatie verwachten? En past die belasting bij de functie van de plek? Door waterkwaliteit, bodemkwaliteit en klimaatadaptatie vanaf het begin in samenhang te bekijken, voorkom je dat een oplossing voor het ene vraagstuk ongemerkt een nieuw vraagstuk creëert voor de toekomst.

uniorendag GT_GeofoxxGeofoxx

Juniorendag bodemwereld: jonge professionals leren van elkaar

12 juni 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Junioren uit de bodemwereld ontmoeten elkaar tijdens Juniorendag Groundwater Technology

Hoe zorg je ervoor dat jonge professionals zich blijven ontwikkelen in een vakgebied dat steeds complexer wordt? Die vraag stond centraal tijdens de Juniorendag van Groundwater Technology in Rotterdam. Een middag die niet alleen draaide om inhoudelijke kennis, maar vooral ook om het uitwisselen van ervaringen tussen vakgenoten die aan het begin van hun carrière staan.

Namens Geofoxx namen Frank en Joris deel aan de bijeenkomst. Samen met 21 andere junioren van dertien verschillende organisaties kregen zij een kijkje in verschillende aspecten van het bodem- en waterwerkveld.

 

Leren van elkaars praktijk

De dag was volledig georganiseerd door junior medewerkers van Groundwater Technology. Vanuit de gedachte dat jonge professionals tijdens reguliere vakbijeenkomsten vaak minder aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten, ontstond het initiatief om een bijeenkomst door en voor junioren te organiseren.

Tijdens verschillende workshops maakten de deelnemers kennis met actuele onderwerpen uit de praktijk. Er werd gekeken naar technieken om PFAS uit water te verwijderen, laboratoriumonderzoek en veldwerkmethoden. Ook konden deelnemers zelf aan de slag met grondboringen tot vijf meter onder maaiveld.

De middag bood ruimte om vragen te stellen, ervaringen te delen en te ontdekken hoe andere organisaties vergelijkbare vraagstukken aanpakken.

 

Een kijkje in het laboratorium

Voor Frank en Joris was vooral het bezoek aan het laboratorium een interessante ervaring. Daar werd onder andere uitleg gegeven over een techniek waarbij PFAS met behulp van een speciaal ontwikkeld product wordt gebonden en neergeslagen, zodat deze eenvoudiger uit het water kan worden verwijderd.

Juist het zien van dergelijke technieken in de praktijk maakt duidelijk hoe snel ontwikkelingen binnen het vakgebied elkaar opvolgen. Nieuwe inzichten en innovaties vragen om professionals die nieuwsgierig blijven en zich blijven ontwikkelen.

 

Een netwerk opbouwen begint vroeg

Naast de inhoudelijke workshops was er volop gelegenheid om andere junioren uit het vakgebied te ontmoeten. De deelnemers kwamen onder meer van adviesbureaus, onderzoeksorganisaties en overheidsinstanties.

Dat informele contact bleek minstens zo waardevol als de inhoudelijke onderdelen van het programma. Tijdens gesprekken tussen de workshops door en later bij de foodtruck op het terrein ontstonden nieuwe contacten en werden ervaringen uitgewisseld over projecten, opleidingen en de eerste jaren in het vak.

Voor veel deelnemers was dat minstens zo leerzaam als de workshops zelf. Hoe pakken andere organisaties vraagstukken aan? Welke uitdagingen komen starters tegen? En welke ontwikkelingen zien zij in het vakgebied? Juist die gesprekken zorgen voor nieuwe inzichten.

 

De toekomst van het bodemvak vraagt om verbinding

De uitdagingen binnen bodem en water worden niet kleiner. Denk aan PFAS, klimaatadaptatie, waterkwaliteit en de overgang naar een circulaire leefomgeving. Dat vraagt om professionals die niet alleen vakinhoudelijke kennis opbouwen, maar ook leren samenwerken en kennis delen.

Initiatieven zoals deze Juniorendag laten zien dat vakontwikkeling niet alleen plaatsvindt tijdens opleidingen of binnen de muren van de eigen organisatie. Juist door jonge professionals met elkaar in contact te brengen ontstaat een netwerk waarin kennis, ervaringen en ideeën worden gedeeld.

Voor Frank en Joris was het een leerzame en waardevolle middag. Niet alleen vanwege de inhoud, maar ook door de gesprekken met vakgenoten die aan dezelfde uitdagingen werken. Een investering in hun eigen ontwikkeling én in de toekomst van het bodemvak.

wat is een bemalingsadvies_GeofoxxGeofoxx

Wat is een bemaling?

2 juni 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Zodra je lager dan de grondwaterstand gaat werken, krijg je al snel te maken met meer dan alleen de uitvoering. Of het nu gaat om werkzaamheden aan riolering, een kelder, een tunnel of een watergang, de uitvoering vraagt om droge en veilige werkomstandigheden. In veel projecten betekent dit dat het grondwater tijdelijk verlaagd wordt door middel van een bemaling.

 

Waarom kan je niet zomaar bemalen?

Het verlagen van de grondwaterstand blijft niet alleen beperkt tot de plek waar gewerkt wordt.

In de omgeving kan zetting optreden, met schade aan gebouwen of funderingen tot gevolg. In natuurgebieden kan vegetatie negatief reageren op een te lage grondwaterstand. Bestaande grondwaterverontreinigingen kunnen zich verplaatsen doordat grondwaterstromen veranderen. In de bouwput zelf kan de bodem instabiel worden, bijvoorbeeld door opbarsting.

Dat zijn geen uitzonderingen, maar effecten die horen bij het tijdelijk verlagen van het grondwater. Dit op voorhand inzichtelijk maken helpt bij het maken van keuzes later.

 

Waar regels en praktijk elkaar kruisen

Bemaling raakt direct aan wet- en regelgeving. De gemeente, het waterschap en soms de provincie of overheid stellen eisen aan het onttrekken en lozen van grondwater. Die eisen gaan over hoeveel water je mag onttrekken, waar je het mag lozen en welke kwaliteit het water moet hebben bij lozing. In bepaalde gebieden gelden aanvullende beperkingen, zoals bij dijkbeschermingszones. Wat technisch mogelijk lijkt, moet ook passen binnen deze kaders. Een bemalingsadvies geeft die relatie weer en laat zien welke ruimte er daadwerkelijk is.

 

Hoe je tot een bemalingsadvies komt

Het begint bij de ondergrond. Op basis van beschikbare gegevens wordt de geohydrologische situatie in beeld gebracht. Wanneer die informatie beperkt is, volgt aanvullend veldonderzoek. Door boringen en doorlatendheidsmetingen te doen krijgen we inzicht in onder andere de opbouw en structuur van de bodem. Grondwater wordt bemonsterd om de kwaliteit te bepalen en om te beoordelen of zuivering nodig is voordat het effluent van de bemalingkan worden geloosd.

Met die gegevens worden berekeningen uitgevoerd. Afhankelijk van de vraag gebeurt dat met één- of meerdimensionale modellen zoals MODFLOW, MODPATH of MT3DMS. Daarmee wordt zichtbaar hoe grondwaterstromen reageren en waar effecten kunnen optreden.

 

De rol in het project

Het bemalingsadvies krijgt betekenis in de uitvoering. Het vormt de randvoorwaarden waarbinnen gewerkt kan worden en onderbouwt vergunningen of meldingen. Tegelijkertijd laat het zien waar het project gevoelig is en waar keuzes invloed hebben in de omgeving. Hierdoor wordt het een onderdeel  van het ontwerp en niet alleen van de uitvoering.

 

In combinatie met ander onderzoek

Een bemalingsvraagstuk staat zelden op zichzelf. Veldwerk voor bemaling sluit vaak aan op bodemonderzoek, partijkeuringen of ecologisch onderzoek. Door deze onderzoeken te combineren ontstaat een integrale beeld van de locatie, zonder dat er meerdere keren dezelfde werkzaamheden nodig zijn. Dat maakt het onderzoek efficiënter en de uitkomsten beter met elkaar te verbinden.

 

Wat dit je oplevert

Een bemalingsadvies maakt zichtbaar hoe de ondergrond reageert op wat je van plan bent. Zowel in technische context, als in relatie tot de omgeving en de regels die gelden. Dat helpt om op voorhand weloverwogen keuzes eerder te maken, op een moment dat er nog ruimte is om te sturen.

kantoor Wageningen_GeofoxxGeofoxx

Geofoxx in Wageningen; een logische plek voor ons

5 mei 2026/in Nieuws/door KarinSmulders

Voor ons is het heel logisch; Geofoxx in Wageningen. Daar horen wij thuis. Bodem en klimaat staan steeds vaker centraal in ruimtelijke keuzes. Hoe ga je om met droogte, hevige neerslag of verontreinigingen die pas jaren later zichtbaar worden? Steeds vaker begint het antwoord bij de bodem.

Die vraagstukken worden niet alleen in projecten opgelost. Ze ontstaan ook in onderzoek, onderwijs en samenwerking tussen verschillende vakgebieden.

Daarom zoeken we als Geofoxx bewust de nabijheid van plekken waar die kennis ontstaat.

 

Waar bodem, klimaat en kennis samenkomen

Op de Wageningen Campus werken onderzoekers, studenten en bedrijven dagelijks aan onderwerpen die direct raken aan ons werk: bodemkwaliteit, waterbeheer, landbouw, natuur en klimaat. Het is een omgeving waar wetenschap en praktijk elkaar voortdurend ontmoeten.

Die verbinding zoeken wij ook.

Zo werken we samen met studenten van Wageningen University & Research aan onderzoek naar microplastics in de bodem.

Voor ons gaat het daarbij niet alleen om kennis ophalen. Het gaat ook om het delen van praktijkervaring uit projecten en het leren kennen van nieuwe generaties bodem- en milieuprofessionals.

 

Daarom openen we op korte termijn ons kantoor op de Wageningen Campus.

 

 

Pagina 1 van 20123›»

Laatste nieuws

  • Sanering Japanse duizendknoopGeofoxx
    Hoe de sanering van Japanse duizendknoop langs de Drienerbeek wordt uitgevoerd13 juli 2026 - 11:24
  • als de data over microplastics nog geen antwoord geeft_Geofoxx
    Microplastics in de bodem: wat als onderzoek geen antwoord geeft?3 juli 2026 - 13:53
  • Asbestverontreiniging afgebakend voor toekomstige woningbouwGeofoxx
    Asbestverontreiniging afgebakend voor toekomstige woningbouw2 juli 2026 - 16:40
  • Microplastics in wadi's: de verborgen keerzijde van infiltratieGeofoxx
    Microplastics in wadi’s: de verborgen keerzijde van infiltratie30 juni 2026 - 14:15
  • quickscan vroeg in proces aanvragen_GeofoxxGeofoxx
    Waarom het slim is om een quickscan vroeg in het proces aan te vragen 29 juni 2026 - 10:09
  • stage_onbekend onderwerp waardevolle onderzoeksresultaten_GeofoxxGeofoxx
    Van onbekend onderwerp naar waardevolle onderzoeksresultaten23 juni 2026 - 09:46
Heb je een vraag

Actueel

Hoe de sanering van Japanse duizendknoop langs de Drienerbeek wordt uitgevoerd

13 juli 2026/door KarinSmulders

Microplastics in de bodem: wat als onderzoek geen antwoord geeft?

3 juli 2026/door KarinSmulders

Asbestverontreiniging afgebakend voor toekomstige woningbouw

2 juli 2026/door KarinSmulders

Microplastics in wadi’s: de verborgen keerzijde van infiltratie

30 juni 2026/door KarinSmulders
Meer weten?
Neem contact met ons op

© Copyright – Geofoxx

Algemene voorwaarden | Privacy beleid | Login

  • LinkedIn
  • Youtube

Scroll naar bovenzijde