LESA: Het landschap eerst begrijpen, dan pas ingrijpen
Lezing over LESA door Karel Hanhart (Eelerwoude)
Karel Hanhart gaf bij Geofoxx een lezing over de landschapsecologische systeemanalyse (LESA). In een lunchsessie nam hij collega’s mee in de gedachte achter deze aanpak en liet hij aan de hand van een concreet gebied zien wat het oplevert als je een landschap eerst écht probeert te begrijpen, voordat je maatregelen kiest.
Waarom LESA steeds vaker wordt ingezet
Volgens Hanhart komt de populariteit van LESA niet uit de lucht vallen. In natuurherstel is lange tijd te snel gegrepen naar maatregelen, zoals plaggen of vernatting, zonder scherp beeld van het onderliggende probleem. Soms werkte dat goed, maar net zo vaak niet. Dan bleef de vraag hangen: hebben we het juiste knelpunt wel aangepakt?
LESA draait dat om. Niet beginnen bij de maatregel, maar bij het systeem. Eerst begrijpen waarom planten en dieren op een plek voorkomen. Pas daarna analyseren waarom soorten achteruitgaan en welke processen hen beperken. Dat inzicht bepaalt of en welke maatregelen zinvol zijn.
Van systeembeschrijving naar knelpunten
In de lezing schetste Karel de opbouw van een LESA. Die bestaat grofweg uit twee stappen:
Systeembeschrijving: hoe werkt het landschap? Denk aan bodemopbouw, hydrologie, geomorfologie, waterstromen en historische ontwikkeling.
Knelpuntenanalyse: wat verstoort dat systeem vandaag? En welk knelpunt is bepalend voor het uitblijven van herstel?
Pas als die vragen zijn beantwoord, kun je maatregelen kiezen die het systeem daadwerkelijk versterken. Niet meer “iets doen omdat het moet”, maar gericht ingrijpen waar het effect heeft.
Voorbeeld uit de praktijk: potentieel blauwgrasland in Groningen
Als voorbeeld nam Karel een gebied met goede kansen voor blauwgraslandherstel in Zuidoost-Groningen. Blauwgraslanden zijn zeldzaam en stellen hoge eisen aan hun standplaats: natte omstandigheden, voedselarme en licht kalkhoudende bodems en toestroming van licht gebufferd grondwater. In dit gebied bleek uit de analyse dat die voorwaarden grotendeels aanwezig waren.
Door kaarten, historische gegevens en veldmetingen te combineren, werd duidelijk hoe licht gebufferd grondwater vanuit hogere zandgronden toestroomt en in een laagte weer aan de oppervlakte komt. Juist die kwel voorkomt verzuring en maakt het gebied geschikt voor blauwgrasland. Metingen van bodem, grondwater en poriënwater bevestigden dit beeld.
Kleine ingrepen, groot effect
De analyse liet ook zien waar het beter kan. Niet door grootschalige maatregelen, maar door subtiele aanpassingen. Zo trekt een diepe sloot in de omgeving grondwater weg uit het gebied. Door die ontwatering te verminderen en het waterpeil lokaal iets te verhogen, kan het geschikte areaal voor blauwgrasland aanzienlijk toenemen.
Dit voorbeeld laat zien wat LESA toevoegt: geen standaardoplossing, maar maatwerk op basis van systeemkennis. Tegelijk benadrukte hij dat dit niet altijd zo uitpakt. Sommige gebieden blijken simpelweg niet herstelbaar. Ook dat is een uitkomst, en misschien wel een eerlijke.
Natuur, cultuur en keuzes
In de discussie kwam ook een principiële vraag op tafel: waar stopt natuur en begint cultuur? Veel Nederlandse natuurtypen, zoals blauwgraslanden, zijn ontstaan door eeuwenlang menselijk gebruik. Ze blijven alleen bestaan mét beheer, zoals maaien. LESA maakt die afhankelijkheid expliciet en dwingt tot keuzes: wat wil je behouden, en waarom juist dat?
Wat deze lezing opleverde
De lezing gaf een helder beeld van LESA als denkraam. Niet als rapportage om het rapport, maar als hulpmiddel om betere beslissingen te nemen. Door landschap, bodem en water in samenhang te bekijken, wordt duidelijk waar herstel kansrijk is en waar niet.
Voor Geofoxx was het een waardevolle inkijk in een aanpak die raakt aan onze eigen praktijk: eerst begrijpen, dan handelen. En accepteren dat een goed onderbouwd “dit kan hier niet” soms net zo waardevol is als een uitvoerbaar herstelplan.

Geofoxx
Geofoxx
Geofoxx
Geofoxx
Geofoxx
Geofoxx