Een wadi vangt meer op dan regenwater
Bij de herinrichting van een wijk lijken de keuzes vaak vanzelfsprekend. Meer groen, minder verharding en regenwater dat niet langer rechtstreeks naar het riool stroomt. In plaats daarvan wordt het lokaal opgevangen en geïnfiltreerd via een wadi of andere infiltratievoorziening.
Dat helpt om piekbuien op te vangen, droogte tegen te gaan en het riool te ontlasten. Op papier een logische stap.
Maar zodra regenwater de straat raakt, verandert het van samenstelling. Het neemt onderweg stoffen mee die vervolgens terechtkomen op de plek waar het infiltreert. Daarmee wordt een klimaatmaatregel tegelijkertijd een bodemvraagstuk.
Het water neemt onderweg meer mee dan je denkt
Regenwater dat een wadi bereikt, heeft meestal al een route afgelegd over wegen, parkeerplaatsen en andere verharde oppervlakken. Onderweg komen slijtagedeeltjes van autobanden, metalen uit verkeer en infrastructuur, straatvuil en andere verontreinigingen in het water terecht.
Die stoffen verdwijnen niet vanzelf uit het systeem. Ze verplaatsen zich mee met het afstromende water en komen terecht op de plek die is aangewezen om water te bergen en te infiltreren. Daarmee infiltreert niet alleen water in de bodem, maar ook een deel van de stoffen die daarin aanwezig zijn.
Dat maakt infiltratievoorzieningen anders dan veel traditionele verontreinigingssituaties. Er is geen lekkage, calamiteit of duidelijke veroorzaker aan te wijzen. De belasting ontstaat door normaal gebruik van de openbare ruimte. Iedere auto, iedere regenbui en iedere dag levert een kleine bijdrage.
Klimaatadaptatie en bodemkwaliteit raken elkaar
Vanuit waterbeheer is infiltratie een logische keuze. Gemeenten willen water langer vasthouden, verdroging beperken en voorkomen dat het riool tijdens hevige neerslag overbelast raakt.
Kijk je vanuit bodemkwaliteit naar dezelfde maatregel, dan ontstaat een aanvullende vraag. Niet alleen hoeveel water wordt geïnfiltreerd, maar ook welke stoffen daarmee worden meegevoerd. Daardoor verschuift de discussie. De vraag is niet langer uitsluitend waar water kan worden geborgen, maar ook wat de gevolgen zijn voor bodem en grondwater op langere termijn.
De locatie speelt daarbij een grote rol. Een wadi langs een drukke verkeersroute krijgt een andere belasting dan een voorziening in een rustige woonwijk. Ook het gebruik van de omgeving telt mee. Een infiltratievoorziening naast een speelplek vraagt om andere afwegingen dan een voorziening op een minder intensief gebruikte locatie.
Onderzoek maakt zichtbaar wat eerder onzichtbaar bleef
Over microplastics in oceanen en oppervlaktewater is inmiddels veel bekend. Over de aanwezigheid van microplastics in bodem en grondwater is aanzienlijk minder informatie beschikbaar. Onderzoek rond hemelwaterinfiltratievoorzieningen in Arnhem, Duiven en Westervoort laat zien dat microplastics zijn aangetroffen in grond, grondwater, oppervlaktewater en waterbodems. Slijtage van autobanden wordt gezien als een belangrijke bron. Ook atmosferische depositie kan een bijdrage leveren.
Aanvullende metingen rond infiltratievoorzieningen laten daarnaast de aanwezigheid zien van verschillende polymeren, metalen en weekmakers zoals ftalaten. Ook PFAS en mogelijk 6PPD-quinone worden genoemd als stoffen die aandacht vragen. Deze onderzoeksresultaten maken vooral zichtbaar dat infiltratievoorzieningen meer doen dan alleen water verwerken. Ze laten zien hoe stoffen zich via dagelijkse activiteiten kunnen verplaatsen naar bodem en grondwater.
De kennis ontwikkelt zich nog, projecten wachten niet
Een complicerende factor is dat de praktijk sneller beweegt dan de kennisontwikkeling.
Gemeenten werken aan klimaatadaptatie. Nieuwe woonwijken worden ontwikkeld. Bestaande wijken worden opnieuw ingericht. Infiltratievoorzieningen maken steeds vaker onderdeel uit van die plannen. Tegelijkertijd wordt nog onderzocht hoe stoffen zoals microplastics zich gedragen, welke risico’s daarbij horen en hoe die risico’s moeten worden beoordeeld. Voor veel stoffen ontbreekt nog een volledig uitgewerkt beoordelingskader. Dat betekent niet dat de vraag kan worden doorgeschoven. De verantwoordelijkheid voor een gezonde bodem en een zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte bestaat al.
Daarom is het verstandig om de kwaliteit van infiltrerend water vroeg in het ontwerptraject mee te nemen. Niet wanneer de inrichting al vastligt, maar op het moment dat locaties worden gekozen en ontwerpkeuzes nog beïnvloedbaar zijn.
De belangrijkste keuzes worden aan de voorkant gemaakt
De discussie over infiltratievoorzieningen gaat soms over de vraag of deze voorzieningen wenselijk zijn. Dat is een te eenvoudige benadering. Water infiltreren blijft een belangrijk onderdeel van een klimaatrobuuste leefomgeving. De uitdaging zit in het combineren van verschillende belangen binnen dezelfde ruimte. Een maatregel die gunstig is voor waterbeheer kan gevolgen hebben voor bodemkwaliteit, terwijl beide doelen tegelijkertijd belangrijk zijn.
Daarom ontstaat de grootste winst niet door achteraf extra maatregelen toe te voegen, maar door eerder de juiste vragen te stellen.
Wat infiltreert er precies? Welke belasting mag je op deze locatie verwachten? En past die belasting bij de functie van de plek? Door waterkwaliteit, bodemkwaliteit en klimaatadaptatie vanaf het begin in samenhang te bekijken, voorkom je dat een oplossing voor het ene vraagstuk ongemerkt een nieuw vraagstuk creëert voor de toekomst.

Geofoxx
Geofoxx
Geofoxx
Geofoxx
Walter Herfst








